Het boek Emailleren van Jos H. Eppens-van Veen, (2e druk, 1970) wordt door de erfgenamen via deze website toegankelijk gemaakt op de uitdrukkelijke voorwaarde, dat het uitsluitend voor privé (niet-commerciële) doeleinden zal worden gebruikt. Het is nadrukkelijk niet toegestaan om teksten en/of afbeeldingen uit het boek voor een commercieel doel te gebruiken. Misbruik zal worden vervolgd.

Het auteursrecht is volledig voorbehouden aan de erfgenamen van mw. J.H. Eppens-van Veen.

Sommige teksten, zoals over ovens en andere materialen, zijn enigszins gedateerd geraakt. Geleidelijk zullen zulke pagina’s, in en na overleg met de erfgenamen, worden gemoderniseerd.

INLEIDING

Houdt u er ook zo van naar de vlammen van een open haardvuur te kijken? Dat spel van licht en donker, het spetteren van de kleine vonkjes wanneer een nieuw blok hout in het vuur wordt geworpen, het heeft alles een bekoring, die maakt dat men niet dan noodgedwongen de blik ervan afwendt. Dat vuur ligt aan het begin van de menselijke beschaving ten grondslag.

Het was niet alleen de warmte die men nodig had om zich in een steeds kouder wordend klimaat te kunnen handhaven, men gebruikte het vuur om de jachtbuit te roosteren, om het metaal te verhitten om het te kunnen smeden, om de kookpotten te bakken en… om te emailleren. En alles had en heeft zijn eigen soort van vuur nodig. Wanneer men vlees zou roosteren boven een fel vuur zou immers de binnenzijde rauw blijven en de buitenzijde verbranden, wanneer men kastanjes poft doet men dat in de hete as, wanneer men potterie bakt zal het vuur uiterst langzaam moeten worden aangewakkerd, opdat niet het te grote spanningsverschil tussen het in- en uitwendige van de potwand een uit elkaar springen van de potten tot gevolg heeft. Wil men metaal smeden dan zal men een laaiend vuur nodig hebben en wil men emailleren dan heeft men vuur nodig van een constante temperatuur.

Les arts du feu, zeggen onze Franse kunstbroeders wanneer zij spreken over pottenbakken en emailleren, l’art du grand feu, wanneer zij spreken over de vervaardiging van gres en porselein. De kunst van het vuur; in onze eigen taal klinkt dat veel minder fraai, maar het vuur is er niet minder fascinerend om.
Door de technische perfectie van de moderne emailleerovens, tezamen met de bijzonder fraaie, kant en klaar in de handel verkrijgbare emailles, is het emailleren steeds minder een kunnen geworden. Dat wil zeggen dat het door een ieder die wat handig is in de kortst mogelijke tijd te leren is. Dit komt mede door de veranderde eisen die men aan een geëmailleerd stuk stelt. Ingewikkelde figuren zijn in onze tijd taboe en men werkt veel met kleuraccenten. Toch is het boeiend te weten hoe men in oude tijden werkte en er toe kwam emailles te vervaardigen.

Van deze oude technieken is zeker het een en ander te leren, terwijl er ook in onze eigen tijd nog een ontwikkeling is te zien. Dat het emailleren van rood koper niet als inferieur moet worden gezien aan het emailleren van de edele metalen bewijzen de vele in koper en brons uitgevoerde antieke stukken. Europa heeft nooit zo rijkelijk de beschikking gehad over goud als de landen van het Nabije Oosten. Ook ons materiaal is het niet kostbare rode koper.
Dit boekje is bestemd om wat inzicht te geven in de mogelijkheden van het emailleren. Het is allerminst bedoeld voor de vakman, maar de vele geïnteresseerden zullen er een handleiding in vinden die hen kan helpen tot betere resultaten te komen dan zij bereikbaar achten, zodat men het spel met het vuur leert liefhebben.

WAT IS EMAILLE

Wat is emaille? Over het begrip ‘email’ heerst in het algemeen veel verwarring. Verwonderlijk is dit niet in een tijd waarin de vervaardiging van lakken tot een hoge perfectie is opgevoerd en deze veel misverstand verwekkend ‘emailles’ genoemd worden. Echt email bestaat uit een glaslaag die over metaal, hetzij goud of rood koper, zilver of roestvrij staal, kan worden aangebracht. Men heeft echter niet te maken met stukjes gekleurd vensterglas, maar met een glassoort die na verhitting en afkoeling tot poeder wordt gemalen. Dit poeder wordt dan op het te emailleren metaal gelegd en in het vuur tot smelten gebracht. Dat is email!

De oorsprong Hoewel email zeer verwant is aan een glazuurlaag zoals die op potterie wordt aangebracht en de kunst van het glazuren reeds in de grijze oudheid tot een hoge graad van ontwikkeling was gekomen, is de kunst van het emailleren betrekkelijk jong. Omstreeks het begin van de jaartelling vinden we de eerste emailles, hoewel men lange tijd de mening was toegedaan dat de oude Egyptenaren deze kunst reeds beheersten. Emailleerkunst is in de eerste plaats goudsmeedkunst en deze stond in de oudheid op een bijzonder hoog peil. Wat echter aan het metaal ontbrak waren de kleuren. Toen men de soldeerkunst meester was ging men er derhalve toe over smalle stroken goud op de onderlaag te solderen die edelstenen, halfedelstenen of gekleurde kralen omsloten. Kralen mogen zeker tot de vroegste produkten der mensheid worden gerekend. Deze werden in het oude Egypte vervaardigd van geglazuurd aardewerk, verschillende glassoorten en faïence. Dit laatste houdt het midden tussen aardewerk en glas en is door en door gekleurd in de voor Egypte typerende blauwgroene kleur. Zeldzaam fraaie sieraden werden vervaardigd van faïencekralen in combinatie met goud. Zo ook van gepolijste halfedelstenen zoals turquoise, lapis lazuli en dergelijke.

Met edelstenen kon men wel figuratieve voorstellingen op het metaal aanbrengen, maar deze zijn uiterst zeldzaam. Men ging er toe over zeer dicht op elkaar liggende stroken goud op de onderlaag te solderen en de daarbij ontstane tussenruimten op te vullen met poeder van lapis lazuli dat door een bindmiddel werd samengehouden.

Een meer algemeen gebruikte methode in het oude Egypte was die waarbij men glaspoeder gebruikte als opvulling van de tussenruimten. Dit werd eveneens met een bindmiddel vermengd. Na het drogen van het bindmiddel waren vaste stukjes gevormd van de juiste grootte. Deze stukjes werden weer uit de tussenruimten van het sieraad genomen en verhit. Men verhitte zover dat de glasdeeltjes stevig aan elkaar gekit werden, maar niet zover dat het glas samenvloeide. De aldus gevormde stukjes glas werden daarna weer op de plaats gelegd waar ze gevormd waren.

Het betreft hier dus nog zuiver inlegwerk. Het is uiterst merkwaardig dat men de naar ons gevoel voor de hand liggende stap van het tot smelten brengen van de glasmassa op het metaal niet gedaan heeft.
Een bijzonder fraai voorbeeld van de omschreven techniek is een zich in het Louvre te Parijs bevindend borstsieraad met het veelvuldig voorkomende Egyptische motief van twee vlak gelegde vleugels, waarin elk veertje met dit glaspoeder is opgevuld, in de kleuren turquoise en donkerblauw. Het is begrijpelijk dat men dit lange tijd voor echt email heeft aangezien.

Soorten emaille Alvorens ons in de verschillende in de loop der eeuwen ontwikkelde technieken te verdiepen, zullen wij ons eerst dienen af te vragen waaruit email precies bestaat. Zoals wij reeds opmerkten is email een soort glas. Etymologisch is het woord email afkomstig van het Latijnse woord smaltus, dat is smelt, smelten. Het betreft hier dus een te smelten of reeds gesmolten massa. Wat de samenstelling betreft staan deze glassoorten veel dichter bij het Egyptische glas, waaruit men kralen en amuletten vervaardigde, dan bij het moderne vensterglas. De samenstelling van de als email te gebruiken glassoorten is dan ook vrij gecompliceerd.

De moeilijkheid die zich bij de samenstelling van email voordoet is dat men een massa moet vervaardigen die tijdens het verhitten evenveel uitzet als de metalen onderlaag en die bij het afkoelen evenveel krimpt. Komt daartussen een afwijking voor, dan zal de emaillaag van het voorwerp loslaten. Dit kan direct, na enkele dagen, of zelfs na weken nog gebeuren. Alle moeite is dan vergeefs geweest. Wij vinden daarom bij de oudste emailles altijd een omraming die steun geeft en het email opsluit. Aanvankelijk was slechts een beperkt aantal kleuren bereikbaar, want elke kleur eiste een afzonderlijke samenstelling, terwijl elke afwijking in de samenstelling van het email weer hetzelfde probleem van verschil in uitzetting te zien gaf.

De smelttemperatuur van email ligt vrij laag, namelijk tussen 700 en 850 °C. Dit was in de oudheid het geval en is dat eveneens in de huidige tijd. Elke kleur email had weer een eigen smeltpunt, zodat het soms noodzakelijk was het stuk verscheidene malen te verhitten; van de op de hoogste temperatuur smeltende emailles naar een steeds lagere temperatuur. In onze tijd is het kleurenassortiment van de fabrieksmatig vervaardigde emailles zo groot dat het mogelijk is een keuze te maken in kleur en smelttemperatuur, waardoor deze laatste voor de verschillende kleuren steeds minder uiteen loopt.

Men onderscheidt bij het emailleren verschillende technieken:

Email marqueté

Omstreeks het begin van onze jaartelling heeft zich een vorm van emailleren ontwikkeld die direct voortsproot uit het in leggen van edelstenen. Deze edelstenen of halfedelstenen werden van een vlakke kant voorzien en voor het inleggen gepolijst. Daar men naar kleuren zocht en men de zeer felle kleuren niet steeds beschikbaar had, is het vanzelfsprekend dat men zijn toevlucht zocht tot gekleurd glas. Men was reeds zeer ervaren in de glasfabricage en glas was gemakkelijk in de vereiste vormen te breken.

Er had zich in die tijd in het Romeinse rijk de millefioritechniek ontwikkeld. Deze maakte het mogelijk om glas in een bepaald patroon te mengen. Men gebruikte daartoe glasstaafjes van verschillende kleuren, die men zodanig naast elkaar zette, bij voorbeeld in een stukje klei, dat een patroon werd gevormd. Daar omheen werd een kokertje gezet van een ronde of een vierkante vorm. De ruimte tussen de glasstaafjes werd vervolgens opgevuld met een anders gekleurde vloeibare glasmassa. Na afkoeling en verwijdering van de metalen koker werd de aldus gevormde staaf opnieuw verhit tot het verwekingspunt van het glas en tot een zeer lange, veel dunnere draad uitgetrokken. Deze draad werd in dunne schijfjes geknipt, die op de platte kant het oorspronkelijke patroon te zien gaven en voor verschillende doeleinden werden gebruikt. Een late afspiegeling van deze techniek vinden we nog terug in de ouderwetse stuiter, waar de draad bij het uittrekken tevens in de rondte werd gedraaid en zo de spiraal vormde die in de kern zichtbaar is. In de Romeinse tijd draaide men de draad ook en deze werd daarna geplet om voor verschillende decoratiewijzen dienst te doen.

De verschillende schijfjes glas, die naar believen in een groot aantal kleurencombinaties en patronen waren samen te stellen, werden nu koud in een vorm gelegd. De tussenruimten werden opgevuld met glaspoeder, een precies passende contravorm werd erop gelegd en het geheel werd opnieuw verhit. Deze verhitting was echter aan bepaalde grenzen gebonden. Slechts de verwekingstemperatuur van het glas mocht worden aangehouden, omdat anders de patronen aan scherpte zouden verliezen. Een snelle verhitting was niet mogelijk; slechts door een langdurig verwekingsproces kon de aaneen hechting zich voltrekken. Deze techniek wordt thans millefioritechniek genoemd.

Het ligt voor de hand dat de volgende stap bij de versiering van metaal het inleggen met van tevoren samengestelde millefioristrips was. Het metaal werd daartoe verdeeld in vlak ken met opstaande kanten. Vervolgens werden de glasplaatjes ingelegd en werden de opstaande kanten platgeslagen, waardoor een verbreding van het metaal plaatsvond en het glas werd opgesloten in de omraming. Nieuw is dan dat men het geheel nogmaals verhitte tot het verwekingspunt van het glas, dat daardoor een hechting met het metaal aangaat. Hier is dus sprake van echt email.

Een der fraaiste voorbeelden van deze techniek rest ons in een bronzen inktpotje van Romeinse afkomst, dat gevonden werd in de nabijheid van Keulen. Het is in het bezit van het Römisch-Germanisches Museum in Keulen en dateert uit de tweede eeuw.
Het merkwaardige van dit soort email is dat men bij de eerste aanblik de neiging heeft het veel later te dateren door de haarscherpe afscheiding tussen de kleuren.

Toen het gebruik van de champlevé techniek de overhand kreeg, waarbij elke kleur door een brede metalen rand werd afgescheiden van de andere kleuren, verdween langzamerhand de techniek van het email marquette geheel en al.

Aan de Keltische volkeren komt de eer toe het email champlevé ontwikkeld te hebben. Email champlevé is de naam voor email op onedel metaal, hoofdzakelijk brons, waarin velden werden uitgestoken, van elkaar gescheiden door brede metalen randen, die werden opgevuld met echt email. Daartoe werd het als email te gebruiken glas verpulverd, waarna men de te emailleren gedeelten opvulde met dit poeder. Door verhitting van het gehele stuk werd het email tot smelten gebracht. Er werd een geometrische vlakverdeling toegepast. Met dit soort email hebben de Romeinen bij hun veroveringstochten kennisgemaakt. De volksverhuizingen hebben een grote uitbreiding van deze emailleertechniek teweeggebracht en talloze stukken uit deze tijd zijn bewaard gebleven. In de eerste plaats de vele fibulae, de mantelspelden. Het is nog niet zo lang geleden, zo ongeveer tot aan de eerste wereldoorlog, dat dit email bekend stond onder de verzamelnaam barbarenemail.

In Ierland heeft zich tussen de zesde en de achtste eeuw een merkwaardige mengtechniek ontwikkeld. Daarbij werd glas verhit tot het verwekingspunt, waarna het bedekt werd met een rasterwerk van metaal dat diep in het gloeiende glas werd gedrukt.

Email cloisonné

De opkomst van het christendom is van ingrijpende betekenis geweest voor de ontwikkeling van de Europese kunst. Was er in het begin een grote versobering, die in lijnrechte tegenstelling stond met de weelde uitingen van het Romeinse rijk, allengs kwam er, na de val van Rome, een kerkelijke kunst tot ontwikkeling, die in Byzantium zijn hoogtepunt vond. Ter verfraaiing van de kerken werden steeds kostbaarder materialen gebruikt en alle tot op dat tijdstip bekende technieken op kunstgebied vonden hun toepassing. Veelvuldig was het gebruik van goud. Goud in mozaïeken, goud als achtergrond van de prachtige iconen, geheel gouden iconen ingevuld met email; het email cloisonné.

Email cloisonné is een vorm van emailleren waarbij men op een gouden plaat figuren van geplet gouddraad soldeerde, met de smalle kant naar boven. De afstand van de draden onderling mocht niet te groot zijn en men vulde daarom het gehele vlak. Men kan dit zien als tekenen met gebogen draad. Dit is van oorsprong een oosterse techniek, die in Byzantium zijn hoogste bloei beleefde. Was het gehele vlak met een gouden bedrading overdekt, dan vulde men de tussenruimten op met verschillende kleuren email. Het fijne gouddraad verhinderde het in elkaar overvloeien van de kleuren. Elke kleur was dus opgesloten in een eigen cel. Dit maakte het mogelijk emailles van een niet te veel uiteenlopend smeltpunt gelijktijdig tot smelten te brengen. Liepen de smeltpunten te veel uiteen, dan volgden meerdere emailverhittingen, aflopend van het email met het hoogste smeltpunt tot het email met het laagste smeltpunt.
Was het gehele stuk met email overdekt, dan werd het oppervlak gladgeslepen en daarna hoogglanzend gepolijst.

De Byzantijnse emailles behoren tot het fraaiste van hetgeen op dit gebied gepresteerd is. Byzantium was in die woelige tijden voor vele kunstambachtslieden een toevluchtsoord en er ontwikkelde zich een kunstcentrum van de eerste orde. Op de culturele ontwikkeling van Europa is dit van grote invloed geweest.

Daar de belangstelling voor kerkelijke kunst bijzonder groot was, raakten de Byzantijnse emailles over geheel Europa verspreid en hebben overal als voorbeeld gediend.

De gouden plaat is uitgezaagd, voorzien van een bodem en gevuld met email in gouddraad. Tiende eeuw. Rijksmuseum Amsterdam.

In 842, na de troonsbestijging van de minderjarige Michael de Derde, werd het verbod op de uitbeelding van religieuze voorstellingen verzacht, Toen de druk van de ikonoclasten week, kwamen kunst en kunstambacht weer tot grote bloei, met als belangrijkste uiting daarvan de geschilderde ikonen en de emailles.
Deze emailles zijn in het algemeen bijzonder weinig door de tijd aangetast. Dat is niet alleen te danken aan het edele metaal, dat niet voor oxydatie vatbaar is, maar bovenal aan het grote vakmanschap van de emailleurs. Deze maakten, afhankelijk van de te gebruiken kleuren, het net van draadwerk fijner of grover zodat kleuren, die een te groot spanningsverschil met het metaal hadden, ook na eeuwen niet van het metaal loslieten. Men gebruikte in Byzantium zowel ondoorschijnende als doorschijnende emailles. Deze laatste geven niet alleen een ondergrondreflectie van het goud te zien, maar tevens een zijdelingse reflectie van de celwanden. Dit maakt dat een wisselende belichting een veranderde indruk van het object geeft, die van een verrassende schoonheid is.

Niet altijd is het gouddraad op een vlakke plaat gesoldeerd. Het komt veelvuldig voor dat men het metaal verdiepte, dus uitdreef langs de contour van de voorstelling. Het uitgedreven gedeelte werd dan opgevuld met gouddraad en geëmailleerd, de omtrek van de figuren bleef glanzend goud. Ook werd het motief wel uit een vlakke gouden plaat gezaagd en op een gouden ondergrond gesoldeerd. De uitsparingen werden dan eveneens voorzien van een draadverdeling en geëmailleerd. De achtergrond van de voorstelling bleef daarbij eveneens effen goud. Moest ook de achtergrond worden geëmailleerd, dan werd deze voorzien van kleine verspreide ornamenten. Dit was hoogst noodzakelijk door het verschil van ui uitzettingscoëfficiënt tussen het metaal en het email, zodat extra versterkingen moesten worden aangebracht. Slechts een zeer beperkt aantal kleuren leende zich voor deze achtergronden.
Een bezoek aan de schatkamer van de San Marco in Venetië met het enorme goudikoon, overdekt met email, het Pala d’Oro, geeft een beeld van de indrukwekkende schoonheid der Byzantijnse emailles.

Voor zover bekend is de kunst van het emailleren in China pas in de tweede helft van de veertiende eeuw naar voren gekomen. De aldaar gebruikte techniek is de email cloisonnétechniek, die men echter uitsluitend op brons toepaste en wel hoofdzakelijk op vaatwerk, zodat de problemen van het email en ronde bosse, waaraan een der volgende hoofdstukken is gewijd, ook te voorschijn moeten zijn gekomen. Zowel het Byzantijnse email cloisonné als het email champlevé uit het Rijnland, de Maasvallei en Limoges zijn een kunst van het platte vlak: aan het holle of bolle oppervlak was men nog niet toe.

Email champlevé

Uiteraard heeft de grote bewondering die de Byzantijnse emailles teweegbrachten, gemaakt dat talloze pogingen tot navolging werden gedaan. Men is daarmede niet ver gekomen, niet in de laatste plaats door gebrek aan goud. Men heeft wel getracht het goud door koper en brons te vervangen maar dit materiaal is veel minder soepel bij het buigen van draden, die vrij dik moesten zijn terwille van de aanhechting. Dit betekende dat men uitsluitend zeer grove cloisons kon verwaardigen, die wel bruikbaar waren voor de ontwikkeling van email in een andere richting, maar zich niet leenden tot een navolging van de Byzantijnse emailles. Men is toen geleidelijk overgestapt op een andere techniek, waarbij het wel mogelijk bleek fijne cloisons in koper en brons te vervaardigen, namelijk het email champlevé.

Het is niet duidelijk of de grove champlevé-emailles van de Kelten als uitgangspunt gediend hebben om tot een benadering van de Byzantijnse emailles te komen of dat hier sprake is van een nieuw gevonden vorm. De techniek vertoont evenwel een zo grote overeenkomst dat onder de verzamelnaam email champlevé zowel Keltische als Rijnlandse en Limogesemailles gerangschikt worden.

Email champlevé bestaat uit een plaat rood koper of brons dat van een grotere dikte is dan het in Byzantium gebruikte goud. De gehele ondergrond werd door uitsteken verdiept, waarbij slechts de afscheiding van zeer fijne metaalstroken bleef staan. Het is meer dan bewonderenswaardig dat men een dergelijk resultaat door uitsteken wist te verkrijgen. Een enkele verkeerde beweging immers kon de smalle opstaande rand doorbreken en daarmee het stuk ruïneren.

Het emailleren gebeurde op dezelfde wijze als bij het email cloisonné. De door uitsteken gevormde cellen werden met emailpoeder gevuld, dat door verhitting tot smelten werd gebracht. Nadat dit een aantal keren gebeurd was en alle cellen tot de bovenrand vol waren met gesmolten email, werd het oppervlak gladgeslepen en op de ook in Byzantium gebruikelijke wijze gepolijst. In de meeste gevallen werden daarna de blootliggende metaaldelen verguld.

De kloosterwerkplaatsen in het Rijnland hebben in de elfde eeuw deze champlevé techniek tot grote bloei gebracht. Hoewel dus uit navolging ontstaan, hebben deze emailles een geheel eigen karakter en charme. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de ondergrond het gebruik van doorzichtige emailles uitsloot. Deze ondergrond gaf te weinig reflectie om met de goudemailles van Byzantium te kunnen concurreren en wijselijk heeft men dan ook uitsluitend ondoorzichtige emailles gebruikt. De kleuren beperken zich tot blauw en groen, waaraan later turquoise, wit, geel en bruin werd toegevoegd. Deze beperking geeft een voorname soberheid te zien, die een grote tegenstelling vormt met de flonkerende pracht van Byzantium.

In het begin van de twaalfde eeuw ontwikkelde zich in de Maasvallei een zeer belangrijk goudsmidscentrum. Ook daar werd aanvankelijk email cloisonné vervaardigd op een gouden ondergrond. Geleidelijk werd dit echter door het email champlevé verdrongen. Er werd een geheel eigen stijl ontwikkeld, waarbij gouden of vergulde figuren geplaatst werden in geemailleerde nissen. Het geheel geeft een sterk architectonische indruk.
Gelijktijdig ontwikkelde zich ook in Limoges de techniek van het email champlevé. Er werd op vrijwel dezelfde wijze gewerkt als in het Rijngebied. De kleuren bleven aanvankelijk beperkt tot diepblauw, wit, groen en een rijk turquoise, dat kenmerkend is voor de emailles van Limoges. Later werden de kleuren geel en rood toegevoegd aan het palet. Dit rood nu heeft men in het Rijnland nooit weten te bereiken. Het is een koperemail, dat precies als het oudchinese glazuur, het sang de boeuf, in een reductieve atmosfeer tot smelten werd gebracht. Bij een oxyderende, dus zuurstofrijke atmosfeer werd dit email groen. Het koper dat in deze emailles gebruikt werd in de vorm van koperoxyde, is niet sterk aan zuurstof gebonden. Wanneer nu tijdens het verhittingsproces te weinig zuurstof door de oven werd geleid, waardoor de vorming van kooldioxyde uit de brandstof werd verhinderd, ontstond koolmonoxyde. Dit koolmonoxyde heeft een grote affiniteit voor zuurstof en neemt deze weg van die stoffen die het minst sterk aan zuurstof zijn gebonden, in dit geval van het koperoxyde. Dientengevolge veranderde het gebruikte koperoxyde tot een koperoxyde met een geringere hoeveelheid zuurstof, vermengd met het uiterst fijn verdeelde metaal koper. Beide zijn rood en dit was dus de kleurende factor in de samenstelling van het email.

In Limoges kan men spreken van een werkelijke industrie. Dit bewijst het indrukwekkende aantal stukken dat uit die vroege tijd bewaard bleef. Dit in tegenstelling tot het Rijnland, met als centrum Keulen.

Het vergulden gebeurde in Limoges op de volgende wijze: men klopte goud tot een zeer dunne plaat uit en verbrijzelde het tot poederfijne deeltjes. Dit goud werd vervolgens vermengd met kwikzilver, het ‘levende zilver’, dat men uit Spanje importeerde. Het mengsel werd gelijkmatig over het metaal verdeeld en met een zeer harde borstel ingeklopt. Door daarna het werkstuk nogmaals aan de inwerking van het vuur bloot te stellen ontweek het kwik, uiteraard zeer schadelijke dampen verspreidend. Het goud bleef op het koper achter. Bijzonder sterk was de hechting niet en van talloze stukken is de vergulding grotendeels verdwenen.
Doosje in bladvorm, email champlevé. Bruidsgeschenk aan Prins Philip van Tarent en Prinses Tamar van Epirus. Museo Civio, Cividale. Rechts: Binnenzijde en deksel van hetzelfde doosje.

In het midden van de dertiende eeuw werd de vraag naar Limogesemailles blijkbaar groter dan de produktie. Om aan de vergrote vraag te kunnen voldoen moest haastiger worden gewerkt. Er wordt dan zichtbaar minder zorg aan de werkstukken besteed: het uitsteken is sneller gebeurd en de motieven zijn dientengevolge grover. In de loop van de veertiende eeuw verdwijnen de werkplaatsen in Limoges successievelijk, om een eeuw later te herleven met de eerste stukken in een nieuwe techniek: het email peint.

Email brun

In dezelfde tijd dat in het Rijnland het email champlevé opkwam ontwikkelde zich daar tevens een bijzonder simpele, maar zeer fraaie techniek, die bekend staat onder de naam ‘email brun’. Met echt email heeft dit niets te maken, hoewel de naam die indruk wel geeft.

Bij de vervaardiging van email brun bedekte men een rood koperen of bronzen plaat met een laag lijnolie, die men liet indrogen. Deze lijnolielaag werd vervolgens ingebrand, waarna een egaal, donkerbruin glanzend oppervlak ontstond. Dit oppervlak liet zich heel gemakkelijk graveren. Wenste men een lichtgekleurde laag, dan werd een dunne laag lijnolie aangebracht, waarmee men volstond. Wilde men echter een donkerder kleur bereiken, dan werden meerdere lagen lijnolie aangebracht en na elkaar ingebrand.

Ten gevolge van het graveren ligt het email brun iets hoger dan het metaal, in tegenstelling tot de echte emailles, die een gelijk geslepen oppervlak vertonen.
De gegraveerde delen en de niet met lijnolie bedekte randen werden verguld, waardoor het fraaie kleurcontrast goudkastanjebruin werd verkregen.

Email brun is bijzonder goed houdbaar, zodat vele stukken zijn bewaard gebleven.

Email de plique

In de dertiende en veertiende eeuw was Parijs een belangrijk centrum van edelsmeedkunst. Daar ontwikkelde zich toen een geheel nieuwe vorm van emailtechniek, het email de plique, ook email a jour of vensteremail genoemd. Dit heeft email cloisonné als basis, met dien verstande dat de onderlaag van metaal ontbreekt.

Bij email de plique zijn de platte, gebogen metalen draden aan elkaar gesoldeerd, zodat een soort rasterwerk ontstaat. De draden zijn veel dikker en ook breder dan die welke voor het email cloisonné werden gebruikt. Onder het raster werd een tijdelijke bodem van metaalfolie aangebracht. Deze folie moest zeer dun zijn uitgeklopt. Door vervolgens de folie op een onderlaag van een plastische massa, zoals was of klei, te leggen en daarop het raster flink aan te drukken, kwam de metaalfolie iets bol in de openingen te staan. Daardoor werd het ineenvloeien van de emailles voorkomen. Na verwijdering van de plastische massa werd de folie op enkele plaatsen vastgesoldeerd. De openingen werden vervolgens gevuld met glaspoeder waarvan met een kleine hoeveelheid water en lijm een samenhangende massa was gemaakt. Hiermee werden de cloisons gevuld en daarna werd het email tot smelten gebracht.

Gebruikte men emailles met een afwijkend smeltpunt, dan werden deze aangebracht en tot smelten gebracht in volgorde van de kleuren email met het hoogste smeltpunt tot de kleuren met het laagste smeltpunt. Wanneer alle openingen met uitgesmolten email waren gevuld, werd het gehele stuk met bijenwas bedekt en werd de metaalfolie weggebeitst (in een zuurbad opgelost). Daarna werd het gehele stuk aan beide zijden vlakgeslepen en gepolijst. Dit laatste was geen kleinigheid, want een enkele onbeheerste beweging kon het stuk ruïneren.

Het aldus verkregen stuk had het effect van een miniatuur glasinloodraam en de techniek stond ongetwijfeld in verband met de grote bloei van de glazenierskunst in die tijd. De Nederlandse benaming voor vensteremaile spreekt voor zichzelf. Weinig stukken uit die tijd zijn bewaard gebleven, hetgeen hoofdzakelijk te wijten is aan de grote kwetsbaarheid van deze emailles.

De belangrijkste plique a jour-emailleur is ongetwijfeld Thesmar geweest, die aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw te Parijs werkte. Zijn kommen en schalen zijn meestal versierd met bloemmotieven en ranken. De opengewerkte delen zijn met email in reliëf opgevuld en getuigen van een vakmanschap, zo groot, dat de ervaren emailleur van thans nauwelijks begrijpen kan hoe iets dergelijks te bereiken valt. In verschillende musea in Europa en Amerika is werk van Thesmar te vinden.

Email en ronde bosse

In de vijftiende eeuw komt het email en ronde bosse op. Voordien was de kunst van het emailleren steeds de kunst van het platte vlak geweest. Ruimtelijke vormen emailleren deed of kon men niet, dit is ook begrijpelijk. Het tot poeder gemalen glas dat voor het emailleren werd gebruikt moest met water tot een bepaalde dikte worden aangemaakt en op de onderlaag worden gelegd. Van opstaande kanten gleed deze substantie weg.

Het ging er dus om een middel te vinden dat het wegglijden verhinderde. Natuurlijk lijkt de eenvoudigste oplossing van dit probleem het gebruik van lijm. Deze lijm moet echter op het metaal worden aangebracht en onder de emaillaag, anders is hechting tussen beide niet mogelijk. Dit nu was een minder eenvoudige zaak, want welke lijm was daarvoor geschikt? Het moest een lijmsoort zijn die wegbrandde zonder reststoffen in het email achter te laten. Dit moest gebeuren bij een temperatuur waarbij het emailpoeder nog als fijne korrels naast elkaar lag en de verbrandingsprodukten van de lijm nog konden ontwijken, maar niet zo vroeg dat de binding tussen de korrels weer werd verbroken. Zo men ziet, voorwaar geen klein probleem! Uiteindelijk heeft men dit probleem weten op te lossen en het betreffende middel gevonden. Aanvankelijk emailleerde men kleine, later ook zeer grote stukken. Het ‘Gouden paard’ van Altötting in Beieren is het meest befaamde voorbeeld van email en ronde bosse.

Waaruit de lijm die als bindmiddel werd gebruikt heeft bestaan is niet met zekerheid bekend. Wel bekend is dat men in Limoges voor het lijmen van goud en zilverfolie over een geëmailleerde onderlaag het sap van kwetsenpitten gebruikte. In de huidige tijd gebruikt men tragacanthgom, dat aan alle bovengenoemde eisen voldoet, maar in vroeger tijden waarschijnlijk niet in Europa bekend zal zijn geweest, daar het afkomstig is uit het Nabije Oosten.

Email de basse taille et sur reliëf

Onder deze wijdlopige benaming verstaat men een geciseleerde, verguld zilveren of gouden ondergrond, die met email is bedekt. Door het verschil in diepte van de ondergrond werd een verschil in dikte van het email verkregen waardoor kleurnuances ontstonden, die van licht naar donker overgingen. Waar het goud direct onder een dunne emaillaag lag werd de kleur licht, waar het goud dieper lag verkreeg men een donkerder tint.

Men vindt deze techniek in de veertiende eeuw in de Nederlanden, in Parijs en in de Rijnstreek. Daarna slaat deze over naar Italië, waar men er tot diep in de zestiende eeuw gebruik van maakte.

Filigrain-email

Gedurende de vijftiende tot en met de zeventiende eeuw beleeft men in Hongarije een bloeiperiode van het filigrain-email. De techniek daarvan gelijkt veel op die van het email cloisonnë, met dit verschil dat de afscheidingen niet werden gevormd door geplet metalen draad, maar door metalen koordjes, die op de ondergrond werden gesoldeerd. Daarbij werd de ruimte tussen deze koordjes niet geheel gevuld, zoals bij het email cloisonnë het geval is, maar men bedekte alleen de bodem met een dunne laag email. Het korrelig effect van de koordjes bleef daardoor behouden. Het resultaat gelijkt bij lange na niet op dat van email cloisonnë. Dit laatste heeft een glad oppervlak, ten gevolge van het afslijpen en polijsten, terwijl bij het filigrainemail de koordjes bovenop de ondergrond liggen, waardoor een schaduwwerking wordt verkregen.

Deze filigraintechniek vindt zijn oorsprong in de oudheid. Het spoor is niet gemakkelijk terug te vinden. Het leidt vrijwel met zekerheid naar Zuid-Rusland. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is in het bezit van een der belangrijkste stukken emailleerwerk van deze soort. Dit bestaat uit een kleine gouden flacon, die bedekt is met een netwerk van filigraindraad. Op elk snijpunt van de voluutmotieven is een gouden bolletje aangebracht. Tussen de draadmotieven ligt een donkerblauw email. Het flaconnetje, dat slechts 5,5 cm hoog is, verkeert in een uitzonderlijk goede staat. Het behoort tot een grafvondst van Romeinse oorsprong, die in Heerlen werd gedaan. Deze vondst kon blijkens de andere aanwezige stukken gedateerd worden als afkomstig uit het einde van de tweede eeuw na Chr. Filigrainemail werd in het Romeinse rijk niet vervaardigd en er is geen enkel verband met de aldaar bekende technieken te leggen.

Bij de schatten van de Krim komen een paar van dergelijke gouden flaconnetjes voor. Deze dateren naar wordt aangenomen uit de laatste eeuw voor Chr. Het is evenwel niet onmogelijk dat ten tijde van de bijzetting het flaconnetje reeds oud was, en van gelijke afkomst is. De Krimflesjes zijn niet zoals het exemplaar uit Heerlen geheel }net filigrain overdekt, maar vertonen slechts hier en daar bladvormige motieven. Deze zijn van hetzelfde type als op de hals van het flaconnetje uit Heerlen worden aangetroffen.

Het is overduidelijk dat de bloeiende Zuidrussische goudsmeedkunst een grote invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling daarvan in Byzantium. Veel is daarover niet bekend. De bloeitijd van Byzantium lag ruim duizend jaar later. Goud is evenwel zo weinig aan de invloed van tijd onderhevig dat het als zeker kan worden aangenomen dat produkten van de Zuidrussische goudsmeedkunst in het weelderige Byzantijnse Rijk zijn terechtgekomen.

Email peint

Aan het einde van de vijftiende eeuw ontwikkelde men in Limoges het email peint. Dit betekent letterlijk dat men een schildering vervaardigde op een ondergrond van metaal. Technisch was dit een vooruitgang. Het betekende immers dat men niet langer een metalen omvatting nodig had om het email blijvend aan het metaal te doen hechten. Men was er dus in geslaagd email samen te stellen dat tijdens de afkoeling een gelijk krimppercentage vertoonde als het metaal. Daarmede was de mogelijkheid geopend het email op een veel vrijere manier te gebruiken dan voordien het geval was. De tijdrovende voorbewerking van het metaal kwam grotendeels te vervallen en alle aandacht kwam te liggen op het emailleren zelf. Het emailleren was niet langer uitsluitend het werk van een edelsmid, maar werd een samenwerking met de kunstschilder.

Als ondergrond voor het email peint werd vrij dik koperplaat gebruikt, maar dunner dan men voor het email champlevé gebruikte. Dit koperplaat werd iets gebold en daardoor op spanning gebracht. Vervolgens werd de voorstelling in het ongepolijste metaal gekrast. Na het ontvetten van het metaal werd evenmin gepolijst.

Over deze tekening werd een kleurloos, doorzichtig email aangebracht, waardoorheen de tekening zichtbaar bleef. De lijnen van de tekening werden daarna met een donkerbruine of diepviolette emailverf nagetrokken, op dezelfde wijze als waarop men bij de vervaardiging van majolica de trek vormde. Deze lijnen hadden de functie van kleurafscheiding, zoals ook de cloisons dat hadden en de opstaande randen van het email champlevé. Echte metaalstroken voorkwamen evenwel kleurmenging, wanneer de emailles niet hetzelfde smeltpunt hadden. Dit konden de contourlijnen uiteraard niet doen.

Derhalve moest bij het email peint eerst de kleur met het hoogste smeltpunt worden verhit. Daarna bracht men de kleur email aan met het op een na hoogste smeltpunt en bracht dit tot smelten, en zo vervolgens tot de kleur met het laagste smeltpunt. Geen enkele der eerst aangebrachte kleuren kwam op deze wijze bij een volgende verhitting tot de temperatuur waarbij totale uitvloeiing zou kunnen optreden. Het betekende echter wel dat een enkel stuk soms tien tot vijftien maal het vuur moest doorstaan, met alle risico’s van dien. De achterzijde van dit email peint is in het algemeen bedekt met een dikke laag contraemail. Dit was hard nodig, want indien men het metaal niet zou hebben afgedekt zou het tijdens elke verhitting aan oxydatie onderhevig zijn, welke oxidatie laag bij elke afkoeling zou loslaten. Het metaal zou daardoor steeds dunner worden en dientengevolge steeds meer aan spanning onderhevig zijn. Contraemail heft deze spanning op.

Een beroemd portretschilder op email was Leonard Limosin, die leefde van 1505 tot 1574. De namen van vele kunstenaars uit die tijd zijn bekend, omdat men de gewoonte aannam de werkstukken te signeren. Geen van hen heeft evenwel het niveau van Limosin kunnen evenaren. De compositie is fraai en evenwichtig en de kleuren zijn briljant.

Grisaille

Vanuit het email peint ontwikkelde zich te Limoges een andere richting met een iets andere techniek, namelijk die van het grisaille. Daarbij werd de ondergrond geheel met een donkerbruin tot zwart fond bedekt. Na het inbranden daarvan werd het gehele oppervlak bedekt met wit email, dat in vochtige toestand werd aangebracht en vermengd was met wat lijm. Deze laag liet men drogen en men tekende daarin de motieven. De omtrek van de motieven en de achtergrond werden weer vrijgemaakt van emailpoeder, zodat de motieven als witte silhouetten op een donkere grond kwamen te staan. Vervolgens werd deze laag gedeeltelijk ingebrand, waardoor de motieven als gevolg van het doorschijnen van de donkere ondergrond, in grijze kleur op een donker fond kwamen te staan. Door nu steeds weer een dunne laag wit email over de grijze laag aan te brengen, maar deze niet geheel te bedekken, kon men alle tinten tussen grijs en wit te voorschijn brengen en verkreeg men een kunstmatige licht en schaduwwerking, die bijzonder plastisch van uitdrukking is. Hoe dikker de laag, des te witter het email. Dit gaat soms zo ver, dat het email reliëfachtig aandoet en aan een camee herinnert. Het is duidelijk dat deze techniek veel heeft bijgedragen tot de mogelijkheden van portretschilderen op email. Het Rijksmuseum te Amsterdam bezit een fraaie collectie grisailleschilderingen.

Na de zestiende eeuw ontwikkelde zich in Frankrijk de kunst van miniatuurschildering op email. Men gebruikte hiertoe een lichtgekleurde, meestal witte ondergrond. In tegenstelling met de Limogesemailles werd de schaduwwerking teweeggebracht met donkere tinten. Daar dit een gebruikelijke wijze van schilderen was leverde het weinig moeilijkheden op en vele kunstenaars waren dan ook niet uitsluitend emailleurs, maar tevens kunstschilders en etsers.

Het is zonder meer duidelijk dat de opkomst van de porseleinschildering, zoals men die te Meissen beoefende, niet heeft nagelaten een grote invloed uit te oefenen op de emailschildering en niet zelden ziet men bij ingelijste stukken uit de achttiende en negentiende eeuw niet of het grondmateriaal porselein of metaal is. Belangrijke centra van deze miniatuurkunst waren Parijs en Genève.

niëllo

Vele eeuwen lang en tot in de huidige tijd toe heeft men de niëllo-techniek toegepast, die zeer verwant is aan de emailleerkunst. Deze vanuit het Nabije Oosten naar Europa overgebrachte techniek is in wezen een champlevé techniek. Dit houdt dus in dat door middel van graveren of kloppen ver diepte gedeelten in het metaal zijn aangebracht. Dit metaal bestaat thans uitsluitend uit zilver, in de Romeinse tijd echter ook uit ijzer.

Het gebruik van niëllo ziet men nu vrijwel uitsluitend bij de Aziatische volkeren. Bij de export produkten uit dit werelddeel ontmoet men niet zelden zilveren sieraden, overdekt met een zwart email, waarin zilveren motieven liggen. Dit zwarte email is evenwel geen echt email, maar niëllo. De toepassing daarvan gaat tot diep in de historie terug. Er zijn ons verscheidene recepten uit overlevering bekend. Deze recepten vormen stellig slechts een zeer klein deel van het aantal samenstellingen dat in de loop der eeuwen werd ontwikkeld. Evenals het email brun is niëllo geen email. Het bestaat uit een legering van fijn zilver, lood en koper, waaraan zwavel wordt toegevoegd. In tegenstelling tot echt email is het zeer elastisch. Het kan dus tegelijk met de onderlaag bewerkt worden. De toevoeging van zwavel aan de metaallegering heeft een tweeledig doel: er vormt zich zilversulfaat, dat een diepzwarte kleur heeft, en het geeft de mogelijkheid het metaal als email te verwerken.

Het oudste ons bekende recept is dat van Plinius, die leefde van 23-79 jaar na Chr. Dit is loodvrij, in tegenstelling tot latere recepten. De verhouding luidt:

  • 3 delen fijn zilver
  • 1 deel rood koper
  • 3 delen zwavel

Plinius schrijft daarover het volgende: “Men smelt zilver met een derde deel goed Cyprisch koper in een aarden smeltkroes met een deksel, die met klei is dichtgesmeerd, zolang tot het deksel gaat rijzen. Het zilver kan ook met eigeel worden zwartgemaakt, maar deze kleuring laat zich door een behandeling met krijt en azijn weer verwijderen.”

Theophilus, een monnik die leefde omstreeks 1100 na Chr. geeft het volgende recept:

  • 2 delen zilver
  • 1 deel koper
  • ½ deel lood zwavel (hoeveelheid onbekend)

Theophilus schrijft daarover:
“Neem zuiver zilver en deel dit in gelijke helften, waar men een derde deel koper bijvoegt. Wanneer men deze drie delen (een deel zilver, een deel zilver en een derde deel koper) (elk) in een smeltkroes gedaan heeft, weegt men zoveel lood af als de helft van het koper dat met het zilver werd vermengd. Breek zwavel in kleine stukjes, doe lood en zwavel in een koperen pan, de rest (?) van de zwavel in een smeltkroes. Wanneer men het zilver met het koper vloeibaar gemaakt heeft roert men het gelijkmatig met een (stuk) koolstof en giet daar het (vloeibaar gemaakte) lood en zwavel bij, roert het opnieuw grondig met koolstof en giet het in de andere smeltkroes over bij de zwavel die men daarin gedaan heeft. Neem direct de kroes waaruit men gegoten heeft weg, en zet de andere op het vuur tot het smelten begint, roer nogmaals en giet het in een ijzeren gietvorm.
Voordat het is afgekoeld klopt men het een weinig, verwarmt men het een beetje en klopt opnieuw tot het dun is. Want het is de eigenschap van niëllo, dat het, koud gehamerd, direct breekt en (weg) springt, bovendien mag het niet zodanig worden verhit dat het roodgloeiend wordt, daar het direct smelt en in het vuur loopt.
Het dungemaakte (geplette) niëllo brengt men over in een diepe pot, giet er water op en verbrokkelt het zo klein mogelijk met een ronde hamer, droogt het nadat men het uit de pot heeft genomen, brengt de fijne delen over in een ganzepen, die men sluit; wat grover is brengt men in de pot terug, maakt het fijner en sluit het na droging in een tweede ganzepen.”

Deze, reeds zeer vereenvoudigde, uit het Latijn vertaalde tekst laat een nogal omslachtige handelwijze zien die wel ver afwijkt van de bereidingswijze van Plinius, zoals die werd samengevat in een enkele zin.

HEDENDAAGS EMAILLEREN

Modern emailleerwerk Lange, zeer lange tijd is er een hiaat geweest en werd de emailleer kunst nauwelijks beoefend. Wel was er hier en daar een korte opleving, maar niet in die mate dat zich een eigentijdse stijl of techniek kon ontwikkelen. De tijd van het kunstambacht raakte voorbij en voor industriële doeleinden was email uitsluitend geschikt voor keukengerei en sanitair.

Ten tijde van de Jugendstil kwam er weer een opleving die een grote belofte inhield. Met toenemend vakmanschap werden belangrijke prestaties geleverd. De kring van belangstellenden bleek evenwel te klein om deze kunst levend te houden.

Enkele jaren geleden is, mede onder invloed van de Skandinavische landen, een hernieuwde belangstelling voor emailles en de emailleerkunst ontstaan. Deze neemt stormenderhand toe en heeft tot resultaat dat de ogen weer opengaan voor de wonderen van de min of meer vergeten kunst uit vroeger tijden.

Bij de kerkelijke kunst is het emailleren nooit geheel en al in het vergeetboek geraakt, hoewel het ook daar nauwelijks van belang geacht werd. Toch zijn het juist de vervaardigers van kerkelijke kunst die een nieuwe stoot hebben gegeven aan het emailleren.

In wezen is de emailleerkunst steeds een miniatuurkunst geweest. Of het nu ging om ikonen, kleine triptiekjes, reliekschrijnen of sieraden, altijd had men met betrekkelijk kleine stukken email te doen. En wanneer het grotere stukken betrof waren deze steeds uit kleinere stukken samengesteld.
Dit is thans niet meer het geval. Door de grotere materiaalkennis en de verbeterde apparatuur is het mogelijk geworden wandemailles te vervaardigen van veel grotere afmetingen dan voorheen en stukken emailleerwerk van 1 m² zijn dan ook geen zeldzaamheid meer.

Belangrijke namen op het gebied van de emailleerkunst zijn die van de Zwitser Meinhardt Burch, die naast een verbluffend vakmanschap grote artistieke gaven bezit. Van bijzondere schoonheid zijn de driedimensionale muuremailles van de Amerikaan Paul Hultberg, die zich ook in de kunst van het vlak een meester betoont. De Zweden Sigurd Perrson en Stig Lindberg, de laatste ook pottenbakker van professie, hebben terecht een onmiskenbare invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van de hedendaagse emailleerkunst. Andere belangrijke namen zijn die van de Noor David Anderson, de Amerikanen Oppi Untracht, Peter Ostuni en Hortense Isenberg en de Fransman Boris Veisbrot. Verreweg de belangrijkste plaats onder de Nederlandse emailleurs wordt ingenomen door Joanna Brom, die een bijzonder grote vakbekwaamheid bezit. Het in samenwerking met Annie van Schaick vervaardigde collier van gouden maskertjes met emailschakels behoort stellig tot de belangrijkste stukken emailleerkunst in Nederland.

Van een geheel andere schoonheid getuigt het werk van Loek Lafeber. Deze graficus van oorsprong vervaardigde gedurende zijn latere emailleursloopbaan vrijwel uitsluitend kerkelijke kunst. Uiteraard laat deze minder vrijheden dan de profane kunstuitingen toestaan. Het zijn juist deze laatste die sterk de aandacht trekken. Zijn wandpaneeltjes laten een geheel eigen materiaalbehandeling zien die tot zeer verrassende resultaten leidt. De omslagfoto geeft hiervan een duidelijk beeld.
Bij de tweede druk van dit boekje moeten wij constateren dat vele kunstenaars op het emailleren zijn overgestapt en daarbij zulke opmerkelijke resultaten bereiken, evenals vele hobbyisten, dat een noemen van namen niet meer goed mogelijk is zonder daarbij een groot aantal te vergeten. Daarom zal in deze uitgave een vermelding van namen verder achterwege blijven.

Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van emailleren is dat de architectuur daarvan gebruik begint te maken. Niet zelden ziet men bij hoogbouw gevels die geheel met geëmailleerde platen zijn bekleed. Dit is tamelijk steriel, maar de combinatie van email met beton kan bijzonder fraai zijn. Ook vinden voor winkeldeuren zeer monumentale deurknoppen toepassing, waarbij het email gecombineerd wordt met mat blank metaal.

Bij de herleefde belangstelling voor de emailleerkunst doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat deze niet haar oorsprong vindt in de bewondering voor hetgeen de hedendaagse kunstenaars op dit gebied te zien geven. Daarvoor is hun aantal te gering zodat het onder het publiek gebrachte aantal stukken te verwaarlozen is. Integendeel, de zeer grote toename van het aantal amateurs op het gebied van emailleren is daarvan de oorzaak. Voor de serieuze amateur, die vrij behoorlijk kan emailleren, is het evenwel moeilijk een behoorlijk esthetisch peil te verwerven, daar hij zijn werk slechts zelden kan toetsen aan dat van de kunstenaar vakman.

Er zijn voor de kunstenaar op het gebied van de emailleerkunst mogelijkheden te over en een waardering van de zijde van het publiek die niet onderschat moet worden. Dat echter niet elke emailleur een kunstenaar is behoeft nauwelijks betoog.

Emailsoorten van thans De moderne emailleerkunst heeft zich ontwikkeld volgens geheel andere lijnen dan in vroeger tijden het geval was. Wel worden de verschillende in de vorige hoofdstukken omschreven technieken vrijwel zonder uitzondering toegepast, maar dit gebeurt niet langer uit noodzaak. Wanneer men email cloisonné vervaardigt of email champlevé, dan gebruikt men de cloisons of de verdiepingen in het metaal uitsluitend op grond van de decoratieve waarde. Door de grotere kennis van de hoedanigheden van email zijn de cloisons niet langer noodzakelijk om de hechting aan het metaal te verzekeren. Ook zonder gebruikmaking daarvan kan men een volledige hechting tot stand brengen.
Om te begrijpen waarin het verschil ligt zullen we nog even moeten nagaan wat email eigenlijk is. Zoals reeds eerder werd opgemerkt is email een soort glas. Het is echter nauwelijks verwant aan de gebruikelijke glassoorten, zoals vensterglas, conservenglas en dergelijke, maar veel meer aan glazuur dat op aardewerk gebruikt wordt. Wel ligt de temperatuur waarbij email tot smelten wordt gebracht belangrijk lager dan de temperatuur waarbij aardewerkglazuur uitsmelt. Om tot enig begrip te komen waaruit een dergelijk glazuur bestaat kan men in de meest vereenvoudigde vorm het volgende stellen: Glazuur is klei die op een zo hoge temperatuur wordt gebracht dat deze smelt. Er vormt zich dan een soort glas, afhankelijk van de gebruikte kleisoort helder doorschijnend, geel of bruin. Witbakkende klei geeft een ongekleurd glas, de roodbakkende soorten vormen een geel tot donkerbruin glas. De smelttemperatuur ligt evenwel zeer hoog, varierend van 1150 tot 1500 °C. Men kan de temperatuur waarop de klei tot smelten kan worden gebracht belangrijk verlagen door toevoeging van bepaalde metaaloxyden of boorzuur, soda en potas.

Uitgaande van witbakkende klei verkrijgt men dan een doorzichtig ongekleurd glas dat met metaaloxyden in verschillende tinten gekleurd kan worden, zoals bij voorbeeld:

  • kobaltoxyde voor blauw;
  • koperoxyde voor groen of turquoise;
  • chroomoxyde voor groen;
  • ijzeroxyde voor geel tot donkerbruin;
  • antimoonoxyde voor geel;
  • zilveroxyde voor geel;
  • uraniumoxyde voor geel tot oranje;
  • selenium met cadmiumoxyde voor oranje;
  • seleniumoxyde voor rood;
  • goudchloride voor robijnrood;
  • mangaanoxyde voor violet tot bruin;
  • tinoxyde voor wit;
  • mengsel van chroom, kobalt, ijzer en mangaanoxyde voor zwart.

Uiteraard gaat men bij de samenstelling van email niet van klei uit, omdat deze geen stabiele samenstelling heeft. In plaats daarvan gebruikt men kwarts, kaolin, veldspaat en kalk, precies zoals bij glazuursamenstelling het geval is. Deze vormen tezamen met een smeltmiddel een kleurloos email.

Door toevoeging van een of meer kleuroxyden verkrijgt men gekleurde transparante emailles. Deze stellen natuurlijk bepaalde eisen aan de ondergrond, want het is zonder meer duidelijk dat een doorschijnend email een totaal andere kleur ontwikkelt op een ondergrond van rood koper dan bij voorbeeld op een ondergrond van zilver.

Toevoeging van tinoxyde maakt evenwel alle kleuren ondoorzichtig, waardoor men niet meer van de metaalkleur afhankelijk is. Dit deed men reeds in zeer vroege tijden, terwijl men bij gebruik van de doorzichtige emailles van tevoren de ondergrond verguldde.

Om verschillende kleuren email samen te stellen moet men dus aan een bepaalde basissamenstelling kleuroxyden toevoegen. De verschillende kleurnuances worden echter mede bepaald door de nietkleurende chemicaliën. Op zichzelf zou dit een vrij eenvoudige zaak zijn wanneer niet elke kleurcompositie een verschillend uitzettingspercentage te zien zou geven tijdens de verhitting tot aan het smeltpunt, en natuurlijk ook een uiteenlopend krimppercentage bij afkoeling.
De metalen ondergrond zet echter eveneens uit tijdens de verhitting en krimpt tijdens de afkoeling en dit is niet hetzelfde bij koper, zilver en bij goud. Om een goede hechting tussen het metaal en het email te bereiken is het evenwel noodzakelijk dat het uitzettings- en het krimppercentage van beide aan elkaar zijn aangepast. Is dat niet het geval, dan zal de email-laag na afkoeling van het metaal loslaten.

Met de huidige technische kennis zijn deze problemen geheel opgelost. De emailles, mits van een goede kwaliteit, zijn zodanig samengesteld dat deze zijn aangepast aan vier metalen, namelijk goud, zilver, rood koper en tombak. Dit laatste is een legering van rood koper met een zeer geringe hoeveelheid zink en heeft een meer gele tint dan rood koper. Met gebruikmaking van een speciaal voor dit doel samengesteld grond-email kan men bovendien op ijzer emailleren. Niet alle emailles hebben eenzelfde smeltpunt. Terwille van de kleurontwikkeling is men soms tot een bepaald recept gedwongen dat op een iets afwijkende temperatuur uitsmelt. Zelden is het verschil zo groot dat het nodig blijkt een bepaalde kleurvolgorde te kiezen zoals dat destijds in Limoges het geval was.
Men kan kiezen tussen verschillende soorten email. Er zijn emailles met een laag smeltpunt en deze smelten uit op een temperatuur tussen circa 650 en 750 °C. Er zijn ook emailles met een hoog smeltpunt. Daarbij ligt de smelttemperatuur tussen 800 en 900 °C. In de meeste gevallen zullen dit geen emailles van hetzelfde merk zijn.

Bij emailles met een laag smeltpunt heeft men uiteraard gebruik moeten maken van een grotere hoeveelheid smeltmiddelen dan het geval is bij emailles met een hoog smeltpunt. Dientengevolge is het uitzettingscoëfficiënt van de emailles met een laag smeltpunt groter. De inwendige spanningsverschillen in dergelijke emailles zijn vrij groot, zodat de kwaliteit daardoor nadelig kan worden beïnvloed. Emailles met een laag smeltpunt hebben het grote nadeel van geringe hardheid te zijn, zodat er weinig nodig is om flinke krassen in het glanzende oppervlak te veroorzaken. Bovendien zijn emailles met een laag smeltpunt in het algemeen niet geschikt om te worden blootgesteld aan de buitenlucht.

Een en ander heeft tot gevolg dat men in het algemeen voor de vervaardiging van sieraden en voor aan de buitenlucht bloot te stellen emailleerwerk de voorkeur zal geven aan emailles met een hoog smeltpunt.

De grootste naam op het gebied van emailsamenstelling is ongetwijfeld die van Louis Millenet. Deze tijdens zijn leven in Genève wonende Zwitser heeft een kleurenassortiment in emailles weten samen te stellen, dat zowel voor als na zijn leven ongeëvenaard is. Niet in de laatste plaats is het gebruik van de vaak zeer kostbare grondstoffen daarvoor aansprakelijk; een groot deel van de rode kleuren is gebaseerd op goud. Dit neemt niet weg dat slechts iemand met zeer grote volharding en een uitzonderlijk grote liefde voor zijn vak in staat is een dergelijk resultaat te bereiken. Millenet heeft een handleiding voor het emailleren op zijn naam staan, doch deze is verouderd en achterhaald door de technische ontwikkeling van de hulpmiddelen. Aan het einde van zijn leven heeft Millenet zijn receptuur overgedragen aan de chemische fabriek Degussa, waar nog een groot deel van zijn emailles verkrijgbaar is (noot anno 2002: Degussa bestaat niet meer).

BENODIGDHEDEN

Moderne emailleerovens De ontwikkeling die de emailleeroven de laatste eeuw heeft doorgemaakt kan men in de ware zin van het woord revolutionair noemen. Het is bekend dat in de vroegste tijden houtskool als brandstof werd gebruikt en dat er van een echte oven nauwelijks sprake was. Theophilus (circa 1100 n. Chr.) smelt zijn emailles op de volgende wijze:
“Neem lange stukken houtskool en breng deze tot vlammen. Maak daartussen een ruimte vrij die met een houten hamer wordt vastgeklopt. Neem een stuk ijzer met een steel dat met een tang kan worden vastgehouden. Leg daarop het te emailleren stuk metaal en bedek dit met een metalen kap, die geheel doorboord is met fijne gaatjes. Deze moeten aan de binnenzijde wijd zijn en aan de buitenzijde nauw, zodat geen as in de kap kan binnendringen.

Het ijzer wordt nu in de gloeiende ruimte gelegd en met houtskool bedekt. Dit moet zodanig gebeuren dat aan alle zijden voldoende houtskool aanwezig is. Met een blaasbalg en de vleugel van een grote vogel die aan een stok bevestigd is moet van alle kanten lucht worden toegewaaid en wel zo lang tot men door het houtskool heen kan zien dat de openingen in het ijzer van binnen uit witgloeiend staan. Houdt dan op met blazen, neem stuk voor stuk het houtskool weg tot alles verwijderd is en wacht totdat de openingen in het ijzer zwart zien. Neem dan het ijzer uit de oven en leg het in een hoek waar het langzaam verder kan afkoelen. Daarna kan het ijzer worden geopend en het email eruit worden genomen.” Deze samenvatting van de tekst van de breedsprakige Theophilus maakt dat er niet veel verbeeldingskracht voor nodig is om zich een indruk te vormen van de middeleeuwse werkwijze. Daaruit blijkt duidelijk dat op geen enkele wijze tijdens de verhitting van het email kon worden gecontroleerd hoe ver het smeltproces was gevorderd. Vele eeuwen lang is de boven omschreven verhittingswijze de enige geweest die men kende en voor mogelijk hield.

Pas na de invoering van het gebruik van steenkool komt daarin verandering. Men komt dan tot de bouw van kleine moffelovens. Deze bestaan uit een binnenruimte van vuurvaste steen die met een deur kan worden afgesloten, de zo genaamde moffel of kapsel. Daar omheen wordt de warmte geleid. Bij de oven die met steenkool werd gestookt was dit een stookruimte met daarboven de moffel en midden boven deze moffel het trekgat of de schoorsteen. De geproduceerde warmte werd daarbij omsloten en vastgehouden door een wand van isolatiesteen die werd bijeengehouden door een metalen ovenhuis. Daar de moffelruimte geheel was afgesloten konden geen as of roetdeeltjes het uitsmeltende email bereiken. Hetzelfde ovensysteem werd toegepast bij het uitsmelten van glazuren op aardewerk.

De moffeloven is lange tijd in gebruik gebleven, hoewel de brandstoffen met de tijd aan verandering onderhevig waren. Er kwamen moffelovens waarbij de brandstof bestond uit cokes, uit lichtgas, terwijl later ook olie werd gebruikt, en in de laatste jaren butaangas of propaangas. Deze worden uitsluitend gebruikt bij de vervaardiging van industriële emailles, zoals badkuipen en dergelijke.

Het gebruik van elektriciteit maakt het principe van een moffeloven overbodig. Hierbij is geen sprake van as of roetvorming, zodat de verwarmingsbron aan de binnenzijde van de oven kan worden aangebracht. Dit brengt met zich mede dat de ovens die voor het emailleren van kleine stukken zoals sieraden en kleine gebruiksvoorwerpen gebruikt worden, steeds kleiner van omvang worden. En met het kleiner worden van het formaat wordt de aanschaffingsprijs van de ovens steeds lager. Dit brengt het emailleren binnen het bereik van de hobbyist.

Voor grote emailleerovens gebruikt men thans het type kameroven. Dit is een meestal kubusvormige oven met een deur aan de voorzij de. Dit soort ovens wordt gebruikt in produktie bedrijven waar het er om gaat een groot aantal stukken gelijktijdig te verhitten.

Voor de edelsmid en de hobbyist onderscheidt men drie verschillende oventypes, die tevens drie verschillende prijsklassen omvatten. In de eerste plaats is er de conventionele emailleeroven. Dit is een verkleinde uitgave van de hierboven genoemde produktie oven en bestaat uit een kleine ovenruimte van circa 11½ x 13½ cm bij een hoogte van ongeveer 7½ cm. De verwarmingselementen zijn in de zijwanden gelegd en kunnen zo nodig gemakkelijk worden vervangen. De oven is aan de voorkant voorzien van een klapdeurtje.

De tijd nodig om een dergelijk oventje op werktemperatuur te brengen is afhankelijk van het vermogen en ligt bij het merendeel daarvan op omstreeks dertig minuten. Teneinde de aanlooptijd van dit soort ovens te bekorten voert men vaak het vermogen op. Dit heeft evenwel het nadeel dat de werktemperatuur, dat is de temperatuur waarop de emailles uitsmelten, wordt overschreden. Niet zelden ziet men emailleerovens aangeboden waarbij staat aangegeven: temperatuurbereik 1000-1100 °C. Een dergelijke temperatuur ligt echter veel te hoog. Rood koper smelt bij 1083 °C. geheel en al. Uiteraard is daarmede rekening gehouden bij de samenstelling van alle emailsoorten. Bij hogere temperaturen ziet men dan ook al gauw verbrandingsverschijnselen optreden. Dit gebeurt het eerste aan de randen, die dan zwart blakeren. Is de oven schakelbaar, dan is een hoog temperatuurbereik een voordeel.

Het voordeel van de miniatuur kamerovens is dat men er gemakkelijk wat hogere stukken zoals schaaltjes en dergelijke in kan emailleren. Beoogt men dit, dan is dit type oven het meest geschikt te achten. Men zal dan echter terwille van het resultaat een oven met een kleiner vermogen en een langere aanlooptijd verkiezen boven een oven met een korte aanlooptijd en een te hoge werktemperatuur. De prijs van een dergelijk oventje ligt, afhankelijk van de kwaliteit en wijze van uitvoering, juist iets onder de f 100,-. Er dient daarbij nog enig ovengereedschap te worden aangeschaft, bestaande uit een treefje van roestvrij staal (gewoon ijzer oxydeert tijdens de verhitting, waarbij schilfers van het metaal afspringen en op de emaillaag terechtkomen), een roestvrij stalen schepje, een aantal drie-angels en dergelijke.

NB: De hierna volgende weergegeven tekst anno 1970 past niet meer bij de huidige situatie: de beschreven ovens zijn niet meer verkrijgbaar.

  1. Zie voor huidige leveranciers van emailleerovens onze lijst van leveranciers.
  2. Zie ook de resultaten van een enquȇte waaraan een moderne emailleeroven moet voldoen.

Een bijzonder fraaie oven is de combinatie-kameroven die voor emailleren, zowel als voor pottenbakken en glasbuigen gebruikt kan worden. Deze oven, die een inhoud heeft van 23 x 26 x 11 cm³, is geschikt voor grotere wandplaten en schalen. Ook lage bekers en vaasjes kunnen hierin worden geëmailleerd. Deze oven is minder geschikt voor beginnelingen omdat de inhoud zo groot is, maar voor de ervaren emailleur is dit een ideale maat. De oven is regelbaar met een traploze schakelaar. Voor het emailleren wordt de oven circa 50 minuten op “Full” geschakeld en daarna op stand 4 teruggeschakeld. Het vermogen is slechts 1100 Watt, zodat de oven op elk geaard stopcontact kan worden aangesloten. De verwarmingselementen zijn in de zij en achterwanden gelegd. Het klapdeurtje aan de voorzijde is voorzien van een vertikale gleuf, afgedekt met hittebestendig glas, zodat men de inhoud van de oven goed onder controle kan houden. Deze oven kan ook worden voorzien van een pyrometer, zodat men de temperatuur kan aflezen en deze zo geheel en al onder controle kan houden. De prijs van deze combinatie-oven bedraagt f 330,- en de prijs van de pyrometer is f 155,-. Fabrikaat: Keramisch Instituut Haarlem.

Een zeer eenvoudig, goed en goedkoop hobby-oventje wordt uitgebracht door Handelsonderneming EPAM. Dit is een klein rond oventje dat is afgedekt met een roestvrij stalen kapje. Soortgelijke oventjes zijn ook verkrijgbaar met een aluminium kapje, dat echter niet bestand is tegen hoge temperaturen en spoedig verbranden zal. De prijs van het Epam Oventje is ca. f 45,-.

Een derde oven – en naar onze mening het meest ideale – bestaat uit een ronde, vlakke plaat waarin de verwarmingselementen zijn ondergebracht. Daarover welft een kap van hoogvuurvast glas, rustend op een wattenachtige isolatierand. Het gebruik van het nieuwste isolatiemateriaal maakt het mogelijk in dit oventje een temperatuur te bereiken die ligt tussen 850 en 900 °C, dus juist het smeltpunt van de Degussaemailles.
Omdat de toegevoerde warmte en het warmteverlies dat door de glazen kap ontstaat met elkaar in evenwicht blijven, is oververhitting en dus verbranding van de emailles onmogelijk. Bij acht uur durende demonstraties is gebleken dat de temperatuur die in het eerste kwartier werd bereikt gelijk was aan de temperatuur die aan het einde van de demonstratie werd gemeten. De aanlooptijd die nodig is om de juiste werktemperatuur te bereiken is ongeveer 5 minuten. Dit kan door geen ander oventype worden geëvenaard.
Door de glazen kap kan men het smeltproces van het email op de voet volgen en op het juiste moment onderbreken indien de toe te passen techniek dit vereist, zoals bij voorbeeld bij craquelé email het geval is. Omdat dit oventje van alle zijden toegankelijk is, is het bijzonder geschikt voor werken in groepsverband. Het gehele bodemoppervlak van 12 cm kan benut worden.

De glazen kap vervangt tevens de soldeerbout. Een gasvlam of een soldeerboutje geven vaak een te plaatselijke verhitting van het geëmailleerde stuk, waardoor het email aan inwendige spanningen onderhevig wordt gemaakt zodat dit kan gaan scheuren of loslaten. Door de stukken met de geëmailleerde zijde op de glazen kap te leggen wordt een zeer gelijkmatige verhitting bereikt. Indien men met harskernsoldeer op het tevoren blank geschuurde metaal een dunne lijn trekt het soldeersel smelt bij de eerste aanraking met het hete metaal kan men daarop een brochespeldje leggen, aandrukken en het geheel met een pincet van de kap afnemen.
Na afkoeling is dan het speldje, de oorclip of wat het zijn moge, zo sterk aan het geëmailleerde stuk gehecht dat van loslaten geen sprake meer kan zijn. Soldeersel hecht niet aan glas, zodat de kap er niet door kan worden verontreinigd.
Op dit oventje, dat ontwikkeld is en gefabriceerd wordt door het Keramisch Instituut Haarlem, zijn ook buitenlandse octrooien van kracht of aangevraagd. Het wordt geleverd met alle toebehoren, roestvrij stalen treefje, roestvrij stalen schepje, 26 kleuren email die qua smelttemperatuur behoren bij de oven, koper en ijzerwerk, fournituren, soldeer, ScotchBrite voor koper, Sparex, zeefje en pincet. De prijs bedraagt f 127,50, compleet in stevige kartonnen doos. Alle onderdelen zijn vervangbaar.

Elk merk email is te gebruiken in dit oventje. De beste resultaten worden evenwel bereikt wanneer men email gebruikt dat een smelttemperatuur heeft van 800 tot 900 °C, dus emailles met een hoog liggend smeltpunt. Hierbij behoort het euvel van verbranding, dat bij elk ander soort oven kan optreden, tot het verleden.
Wil men gaan emailleren, dan komt uiteraard eerst de aanschaffing van een oventje aan de orde. De keuze die men daarbij doet wordt niet uitsluitend bepaald door het systeem van branden, maar mede door de prijs die men kan en wil besteden. Te goedkope oventjes voldoen zelden. Het gaat ermee zoals met fotograferen: hoe beter men dat kan, des te eenvoudiger kan de te gebruiken camera zijn. Een camera daarentegen met automatische afstand en belichtingsmeter geeft zelfs goede foto’s uit de handen van een kind. Zo is het eveneens het geval wanneer men een emailleeroven aanschaft: hoe goedkoper het apparaat, des te meer deskundigheid vereist wordt.

Een kort woord willen wij nog wijden aan het emailleren met behulp van een bunsenbrander, dat is een normale laboratoriumbrander. Ook hiermede zijn goede resultaten mogelijk, mits men zorgt voor een gelijkmatige, dubbelzijdige verhitting van de te emailleren stukken. Deze dubbelzijdige verhitting houdt in dat men over meerdere branders moet kunnen beschikken. De onderste bunsenbrander dient onder een driepootje met een ronde bovenring te staan. Daarop wordt een roestvrij stalen treefje gelegd of een stukje gaas van roestvrij staal. Het te verhitten stuk wordt daarop gelegd waarbij men er voor zorgdraagt dat de vlam van de brander niet te heet wordt afgesteld. De tweede bunsenbrander houdt men in de hand en men laat de vlam voorzichtig over de uit te smelten email laag spelen.

Beschikt men over een geschikte lichtgasaansluiting, dan kan men daarvan gebruik maken. Beter is het gebruik van propaangas. De mening dat het gebruik van bunsenbranders inhoudt dat men goed en goedkoop emailleert kunnen wij niet delen. De aanschafprijs van de beide bunsenbranders, tezamen met een fles propaangas die voorzien moet zijn van een dubbel mondstuk, de driepoot en het treefje ligt nauwelijks lager dan de aanschafprijs van een oventje. Daar oververhitting bij het gebruik van bunsenbranders veelvuldig optreedt moet de voorkeur worden gegeven aan het gebruik van een emailleeroven.
Wat men nog meer nodig heeft. Heeft men zijn keuze op een bepaalde oven laten vallen en deze in zijn bezit, dan kan men verder volstaan met een uitermate bescheiden uitrusting. Dit is echter niet het geval wanneer men ook het te emailleren metaal wil gaan bewerken. Dan zal men velerlei gereedschap dienen aan te schaffen, wat de beginkosten hoger maakt.

Naar onze ervaring kan men veel beter gebruik maken van stansvormen. Dit zijn vormen van rood koper die in velerlei modellen verkrijgbaar zijn en die bedoeld zijn als basismodellen waaruit men zelf sieraden naar eigen inzicht kan samenstellen. Anders komt in de praktijk het emailleren er niet zelden op neer dat men zo veel tijd besteedt aan het uitzagen, op spanning brengen en gladvijlen van het metaal dat men nauwelijks aan emailleren toekomt. Uit de resultaten ziet men al te vaak dat daarmee alle energie is opgebruikt en dat het emailleren zich beperkt heeft tot het kleuren van het metaal. Dit is heel jammer, want daarmee gaat men voorbij aan de vele mogelijkheden die het emailleren biedt en men zal nauwelijks enige ervaring daarin kunnen krijgen.

Voor het emailleren van roodkoperen stansvormen heeft men het volgende materiaal en gereedschap nodig:

  • een plaat eterniet van circa 50 x 60 cm ter afdekking van de tafel
  • een roestvrij stalen treefje
  • een roestvrij stalen schepje of spatel
  • een rol staalwol no. 000, bij voorkeur ontvet
  • een klein zeefje met fijn nylongaas
  • een paar stukken Scotch Brite, het rode voor, het grijze voor nabehandeling van het metaal
  • een lang pincet
  • een zoetvijltje in platte vorm
  • een paar Lyonse penselen no. 2
  • een fijn marterharen penseeltje
  • een flesje emaillijm
  • een flesje gedistilleerd water
  • een potje blanke of goudkleurige metaallak
  • twee platbektangetjes van de kleinste maat
  • een kaartje harskernsoldeer
  • een zacht borsteltje

Daarbij komen dan nog emailpoeder en een aantal metaalvormen. Emailpoeder is uiterst zuinig in het gebruik en het is daarom aan te bevelen om van elke kleur de kleinst mogelijke hoeveelheid aan te schaffen, bij voorbeeld 50 gram. Men onderscheidt, binnen de reeds eerder genoemde emailles met een hoog of met een laag smeltpunt, twee soorten email, namelijk de doorzichtige gekleurde en de ondoorzichtige gekleurde. Bij de doorzichtige emailles ziet men na het uit smelten de weerschijn van het metaal door het email heen. Bij de ondoorzichtige wordt het metaal geheel afgedekt, Het is raadzaam beide soorten te proberen om het materiaal te leren kennen.

BASISTECHNIEKEN

Het eerste werkstuk Men bedekt de werktafel met een plaat eterniet. Eterniet is hittebestendig en isolerend, zodat het gloeiende treefje of het roodgloeiende koper er zonder enig bezwaar op neergelegd kan worden. Men zet vervolgens het boven omschreven gereedschap klaar en tevens een bakje (geen plastic) koud water en een paar oude schone lapjes linnen of katoen.

  • Het emailleeroventje wordt ingeschakeld en op temperatuur gebracht, afhankelijk van het te gebruiken type 5 minuten of een klein uur durend, en men kan beginnen!
  • Men kiest een niet te grote kopervorm, bij voorbeeld een rondelle van 3 cm diameter of een andere vorm die niet te groot is. Het model is niet belangrijk.
    Eventuele scherpe randjes worden met een zoetvijl bijgewerkt, gezoet. Dit vijlen gebeurt met lange streken langs de zijkant van het metaal, waarbij men steeds van zich af vijlt. Dus niet zoals men maar al te vaak ziet met een korte, op en neer gaande beweging. Dit zou de vorm onzuiver maken, terwijl daarentegen de lange streek de lijn van het metaal volgt. Met fijn schuurpapier kan men zo nodig de randen nog nabewerken. Slechts een enkele stansvorm heeft een wat scherpe rand, meestal is dit vijlen overbodig.
  • Is het metaal mooi gaaf, dan volgt het belangrijkste deel van het emailleren en wel het ontvetten van het metaal. Vet, van welke oorsprong ook, is altijd op het metaal aanwezig. Het vormt wanneer het niet zou worden verwijderd een isolatielaag tussen het metaal en het email. Daardoor zou de emaille laag niet kunnen hechten en het resultaat daarvan is dat het email na het uitsmelten van het metaal zou loslaten. Dit kan direct het geval zijn, maar ook na een aantal dagen of zelfs na een aantal weken. Het vetvrij maken van het metaal moet daarom zeer zorgvuldig gebeuren.
  • Met een stukje staalwol schuurt men het koper blank. Ontvette staalwol is daartoe het beste, maar gewone staalwol kan men eveneens gebruiken. Deze moet dan in spiritus worden uitgewassen. Dat dit enige tijd tevoren moet gebeuren en dat de staalwol volkomen droog en reukloos moet zijn behoeft nauwelijks betoog. Speciale Scotch Brite is nog beter.
  • Het geschuurde koper heeft een goudglanzende kleur. Met een spateltje of schepje legt men vervolgens dit koper op een treefje in de oven. Na enkele ogenblikken trekt er een donkerblauwe film over het metaal. Is deze laag egaal geworden, dan moet het metaal onmiddellijk uit de oven worden genomen. Men grijpt dan het treefje met een pincet vast en laat het zeer hete stukje koper in het bakje koud water glijden. Dit sist hevig, terwijl door de plotselinge afkoeling van het metaal de blauwe oxydatiefilm geheel loslaat en het doffe, blanke, nu ontvette metaal achterblijft.
  • Met een pincet neemt men vervolgens het koper uit het water en men past er daarbij goed voor op het niet met de handen aan te raken. Doet men dit wel, dan kan men van voren af aan beginnen. Men grijpt het koper tussen twee schone doekjes vast en wrijft het zorgvuldig droog. Vervolgens vouwt men de punt van zo’n doekje om de wijsvinger van de hand waarmee men het metaal op de tafel drukt, terwijl men het met de andere hand opnieuw met ScotchBrite glanzend schuurt. Met een pincet wordt het metaal opgenomen en op enige afstand neergelegd, waarna men met een zacht borsteltje alle fijne resten staalwol van de tafel wegschuiert. Wanneer het koper weer is teruggelegd wordt ook dit nog even schoongeborsteld. Resten staalwol blijven zichtbaar in de emaillaag en maken deze onooglijk. Bovendien kunnen deze in het emailpoeder terechtkomen en dit verontreinigen.
  • Wil men na het ontvetten van het metaal niet onmiddellijk tot het emailleren zelf overgaan, dan kan het koper korte tijd in een bakje schoon water worden bewaard.
  1. Een andere manier om het metaal vetvrij te maken is het eenvoudig met schuurpoeder bewerken. Dit is iets minder zeker dan uitgloeien, maar het is een methode die men toch wel kan toepassen.
  2. Een betere methode van vetvrij maken is die waarbij men het metaal met zeer fijn schuurpapier blank schuurt en het vervolgens een aantal minuten in een bad legt dat bestaat uit een oplossing van een theelepeltje keukenzout op een half kopje azijn. Het koper moet met een houten spateltje in de vloeistof heen en weer worden bewogen. Vervolgens neemt men het koper met een pincet uit de vloeistof en spoelt het zeer goed in stromend water, waarna men het met een schoon doekje afdroogt. Uiteraard mag het daarbij niet met de handen worden aangeraakt.
  3. Wil men een zeer lichtgetinte ondergrond bereiken, hetgeen bij transparante emailles belangrijk kan zijn, dan kan men koper of tombak afbeitsen in een oplossing van een deel salpeterzuur op twee delen water. Dit is echt geen onschuldig middel en oppassen is geboden, vooral wanneer er kinderen in de nabijheid zijn. Een nieuw middel is Sparex. Dit is ongevaarlijk voor de huid. De korrels oplossen in water.
  4. Men kan op zeer eenvoudige wijze controleren of het metaal voldoende ontvet is, door het onder stromend water te houden. De ontvetting is volkomen wanneer het gehele metaaloppervlak nat blijft als men het onder de waterstroom vandaan haalt. Vormen zich echter waterdruppels, dan betekent dit dat zich opnieuw vet op het metaal heeft afgezet. Dit komt alleen dan voor wanneer men het metaal opnieuw met de vingers heeft aangeraakt. Bij iedereen vormt zich veel huidvet op de vingertoppen. Zou dit niet het geval zijn dan zouden al spoedig kloven in de huid ontstaan. Dit huidvet is evenwel een grote vijand van ieder die emailleert.

Wanneer het koper op de bovenomschreven wijze ontvet is kan met het aanbrengen van het emailpoeder worden begonnen.

  • Daartoe neemt men een flinke mespunt emailpoeder, van bij voorbeeld een rode kleur. Met een paar druppels gedistilleerd water wordt dit tot een dun papje gemengd, niet zo dik dat het aan elkaar hangt, niet zo dun dat er een laagje water bovenop drijft. Men mag nooit vergeten dat email geen verf is, maar gemalen glas. Het lost dus niet op in het water, maar wordt er alleen maar mee vermengd.
  • Men schept vervolgens met een Lyons penseel, bij voorkeur no. 2, iets van het emailpapje op en legt het voorzichtig op het koper. Men doopt dus niet zoals bij verf het geval is het penseel in de vloeistof, er zou dan nauwelijks email op het metaal terecht komen. Men schept het emailpoeder als met een lepeltje op, daarom moet men met een stijve varkensharen penseel een iets draaiende beweging maken.
  • Het eerst wordt de emaillaag langs de rand van het metaal gelegd. Met de punt van het penseel schuift men het papje naar de rand toe, zo ver als mogelijk is zonder over de rand heen te gaan. Er ontstaat dan langs de randen een iets dikkere laag email. Vervolgens vult men naar het midden toe het gehele oppervlak met email. Wanneer men eerst het middengedeelte met email zou bedekken en daarna het buitenste deel, vertoont het email neiging van de randen weg te trekken, hetgeen zich na het uitsmelten uit in een zwartgeoxydeerde buitenrand.
  • De laag email moet zo egaal mogelijk worden opgelegd. Wordt het geheel te oneffen, dan betekent dit dat het emailpapje te dik is. Men verhelpt dit door wat meer water te gebruiken. De dikte van de laag moet ongeveer gelijk zijn aan de dikte van het metaal. Is het gehele stuk met email bedekt dan voegt men nog een of twee druppels water aan de natte emaillaag toe. Een druppelflesje of een pipetje kunnen daartoe worden gebruikt. Ook kan men de achterzijde van een penseel diep in water dompelen, waarna het afglijdende water enkele druppels vormt die men op het stuk kan laten glijden.
  • Vervolgens schuift men met de achterzijde van het penseel het met email overdekte stuk op het roestvrij stalen schepje of spateltje, waarbij men er tegen waakt niet de emaillaag aan te raken. Er zou dan water over de randen heen gaan vloeien, waarbij email aan de onderzijde van het stuk terecht zou komen waardoor de ovenbodem kan beschadigen. Het beste houdt men het schepje tegen de tafelrand, dit maakt het afschuiven gemakkelijk.
    Ligt het stuk op het schepje, dan tikt men daarmee met zachte stootjes tegen de tafel. Daarbij moet het schepje vlak worden gehouden om te voorkomen dat het email naar een bepaalde kant gaat schuiven. Men mag tegen de zijkant van het schepje tikken. Door de trilling die ontstaat verdeelt het email zich gelijkmatig over het gehele oppervlak. Er komt dan een bolstaand laagje water over de emaildeeltjes te liggen.
    Men moet voorkomen dat men te hard tegen het schepje tikt. Het water kan daardoor wegvloeien en op zijn weg emaildeeltjes meenemen, wat na het uitsmelten te zien is in de vorm van een te dunne plek. Dit is allerminst nodig en al doende wijst de weg zich zelf.
  • Vervolgens komt het drogen aan de beurt. Is men in het bezit van een oventje met een glazen kap, dan houdt men het schepje met het met email bedekte stukje op ongeveer 5 cm van de bovenzijde van de kap. Het water zal dan geleidelijk verdampen. Men mag het beslist niet op de glazen kap leggen, omdat dan het water gaat koken en borrelen waardoor het emailpoeder opzij geschoven wordt. Daardoor ontstaan ongeëmailleerde plekjes in het oppervlak. Langzaam verdampen is dus noodzakelijk. Is het water zo ver verdampt dat het oppervlak niet meer glanst, dan kan men het schepje op de glazen kap houden ter verdere droging.
    Maakt men gebruik van een klein deuroventje dan zal het droogproces wat langer tijd vergen omdat de bovenzijde daarvan minder heet wordt dan de glazen kap. Toch is de warmte te groot om het te drogen stuk direct op de boven kant van de oven te leggen en men zal dus een treefje op pootjes moeten gebruiken om het op enige afstand van de bovenzijde van de oven te houden.
    Het is zeer duidelijk zichtbaar wanneer het emailpoeder volkomen droog is. Het glinstert dan iets en er ligt een grijzig waas over. Is dat tijdstip bereikt in totaal duurt het drogen slechts circa 5 minuten op de glazen kap tot 15 minuten op een conventioneel oventje – dan schuift men voorzichtig het metaal op het roestvrij stalen treefje en legt dit treefje d.m.v. het schepje in de oven. Dan glazen kap of deurtje sluiten. Laat nooit het treefje in de oven liggen wanneer er niets op ligt. Het trekt dan krom, terwijl bovendien bij het inleggen van het stuk, emailpoeder door de gaatjes in de oven kan vallen.
  • Men blijft nu toezien hoe het email langzaam smelt. Langer dan 5 minuten duurt dit niet, meestal korter. Dit is weer afhankelijk van het oventype dat men in gebruik heeft. Gebruikt men een oven met een deurtje, dan moet onmiddellijk na het gladvloeien van het email het stuk uit de oven worden genomen, omdat anders een te grote hitte het email en het metaal kan aantasten. Bij de oven met de glazen kap heeft men alle tijd, omdat de oventemperatuur aan het smeltpunt van het email is aangepast en die van het metaal niet kan bereiken. Blijft het stuk na het uitsmelten van het email nog enige tijd in deze oven dan verandert er niets en blijft het stuk gaaf.
  • Het afkoelen moet langzaam gebeuren. Daarom laat men het af te koelen stuk nog enige tijd op het hete treefje liggen, dat gelijktijdig uit de oven werd genomen. Ook kan men het stuk op een klein asbest plaatje leggen, wat eveneens een te snelle afkoeling voorkomt.
    Het is interessant te zien hoe bij afkoeling van het email de kleur langzaam opkomt, vooral bij de rode tinten. Deze lijken in het begin bijna zwart, worden bij afkoeling eerst donkerbruin, dan terra en daarna pas helderrood.

Indien men de emaillaag op de juiste wijze heeft opgelegd, heeft zich een egale laag gevormd. Is daarentegen het email plaatselijk te dun opgelegd dan hebben zich zwarte puntjes gevormd. Ernstig is dit niet, na volledige afkoeling kan men met dezelfde kleur overemailleren. Men mag daartoe echter niet de emaillaag met de vingers aanraken. Heeft men dit wel gedaan dan dient men het email eerst met een beetje alkalivrij afwasmiddel te ontvetten. Daarna kan op dezelfde wijze als tevoren het email worden opgelegd en tot smelten worden gebracht.
De transparante emailles laten het overemailleren wel toe, maar de donkere vlekjes blijven zichtbaar. Daarom is het beter om een dekkend email over de transparante laag te leggen wanneer correctie noodzakelijk mocht zijn.

De niet met email bedekte delen worden vervolgens met fijn schuurpapier glanzend geschuurd. Daarbij bedekt men het email met een doekje, want aanraking van het email met schuurpapier geeft krassen. Deze kunnen weliswaar door herhaalde verhitting gemakkelijk worden verwijderd, maar dat is een moeite die kan worden voorkomen.

Vervolgens worden hangeroogjes, brochespeldjes, manchetknoopmechaniekjes en dergelijke aangesoldeerd of aangelijmd.

Bij het ter perse gaan van dit boekje is juist een nieuw middel ontwikkeld, dat een einde maakt aan het omslachtige naschuren. Dit middel Scalex genaamd, wordt na het ontvetten van het koper op de achterzijde gepenseeld en gedroogd. De bovenzijde wordt op de bovenomschreven wijze geëmailleerd. Na het inbranden en het afkoelen van het email laat dit middel los en blijkt het metaal glanzend blank te zijn gebleven.

Samenvatting van de werkwijze

  • Koper blank schuren
  • Gloeien tot een donkerblauwe kleur ontstaat
  • Koper gloeiend in een schaaltje koud water gooien Met een pincet uit het water nemen
  • Met een schone doek afdrogen en niet meer met de vingers beroeren, achterzijde eventueel met Scalex bedekken
  • Email met een penseel gelijkmatig opleggen, van de randen af naar het midden toe
  • Koper op het schepje schuiven
  • Enkele druppels water toevoegen met pipet of druppelflesje
  • Email egaliseren door met het horizontaal gehouden schepje zachtjes op het tafelblad te kloppen
  • Water boven de oven laten verdampen zonder dat dit gaat koken
  • Wachten tot een grijs waas over het email ligt
  • Koperwerk in de oven leggen
  • Email laten uitsmelten en gladvloeien
  • Uit de oven nemen en langzaam laten afkoelen op het treefje

Droog emailleren In het voorafgaande hoofdstuk werd het email nat opgelegd. Dit heeft het voordeel dat door het water de emaildeeltjes vlak naast elkaar komen te liggen en daardoor een sluitende laag vormen. Voor beginners is nat emailleren verreweg het gemakkelijkste. Men kan evenwel ook droog emailleren en dit gaat zo mogelijk nog sneller dan de voor omschreven wijze.

  • Voor het droog emailleren moet het koper op de gebruikelijke wijze worden ontvet. Vervolgens legt men een stukje papier op tafel, een dunne kwaliteit bankpost is hiervoor het meest geschikt. Op dit papier legt men een drie-angel, dat is een driepootje van aardewerk. Deze worden gebruikt in de keramische bedrijven en pottenbakkerijen en zijn in vele maten verkrijgbaar. Op deze drie-angel legt men vervolgens het te emailleren vetvrije stuk metaal.
  • Dit metaal bedekt men nu met een zeer dunne laag lijm, die men zelf vervaardigt van tragacanthgom, waarover later in dit hoofdstuk meer wordt verteld. Of men gebruikt speciale vloeibare email-lijm. Deze heeft het voordeel niet aan bederf onderhevig te zijn.
  • Men vult nu een theezeefje, dat voorzien is van zeer fijn nylon gaas, met emailpoeder. Alsof men poedersuiker strooit bedekt men vervolgens de nog vochtige lijm met dit poeder tot een dikte gelijk aan die van het metaal
  • Daarna schuift men het stuk op het schepje en houdt dit korte tijd boven de glazen kap van de oven of enkele seconden in de oven zonder het neer te leggen en neemt het er direct weer uit, om het vocht uit de lijm gelegenheid te geven te verdampen. Daarbij moet men goed oppassen dat men niet morst. Emailpoeder mag niet in de oven terechtkomen.
  • Is het vocht verdampt, dan kan men het stuk in de oven leggen en het email tot smelten brengen. Niet verdampt vocht maakt het email troebel.
  • Men vouwt het stuk papier tezamen en laat het emailpoeder dat naast het werkstuk terecht is gekomen weer in het potje terugglijden. Voor elke kleur email neemt men een afzonderlijk vel papier, zodat geen kleurmenging kan voorkomen.
    Elke glaskorrel behoudt zijn eigen kleur en bij vermenging komt dit na het uitsmelten te voorschijn als een stip in een afwijkende kleur.

Lijm van tragacanthgom maakt men op de volgende wijze:

  • In een mosterdglaasje doet men een afgestreken theelepel van het droge poeder. Men vult vervolgens het potje tot de rand met water en roert daarbij zorgvuldig.
  • Dit mengsel moet een dag rusten, waarna men het bovenste, heldere deel afgiet in een ander potje.
  • Dit heldere vocht verdunt men nogmaals met water, tot een dunne kleverige substantie is verkregen. Dit is de lijm die men bij het emailleren kan gebruiken. De houdbaarheid is beperkt. Een tot twee weken maximaal, afhankelijk van de temperatuur. Voor grotere hoeveelheid is mengen met een mixer erg prettig.

Het zal duidelijk zijn dat men voorwerpen met steile kanten, holle of bolle vormen niet kan emailleren in de natte techniek, maar dat men dan is aangewezen op de poedertechniek.
Emailleert men bij voorbeeld een klein schaaltje en zou men dit bedekken met een natte emailmassa, dan zou alles naar het midden vloeien, terwijl de kanten emailvrij zouden blijven. Wanneer men echter het ontvette metaal met een dunne laag tragacanthgom bedekt kan men door het oppervlak te bepoederen een gelijke emaildikte bereiken in het midden en aan de randen.
Toch moet men ook hierbij geen te dikke laag ineens willen aanbrengen, beter is het om een dunne laag email op het schaaltje aan te brengen en daarna de lijm te laten drogen. Met een parfumverstuiver kan men vervolgens een nieuwe laag lijm over het email spuiten en nogmaals bepoederen. Dit geeft de beste resultaten. Lijm van tragacanthgom brandt geheel weg, zonder sporen in het email achter te laten.
Daar de lijm het eerste zal drogen aan de randen van een schaaltje zullen deze het eerste moeten worden bepoederd en pas daarna het midden.

Samenvatting van de poedertechniek

  • Koper op de gebruikelijke wijze ontvetten
  • Velletje bankpost op de tafel leggen met daarop een drie-angel
  • Koper op de drie-angel leggen Met lijm bestrijken
  • Emailpoeder in het zeefje en koper bepoederen tot dezelfde dikte als die van het metaal
  • Lijm laten drogen
  • Email in de oven laten uitsmelten
  • Emailpoeder terug laten glijden in het potje
  • Stuk uit de oven nemen, langzaam laten afkoelen en afwerken
SPECIALE TECHNIEKEN

Speciale technieken
Email cloisonné De vervaardiging van email cloisonné is, hoe vreemd het moge schijnen, een vrij gemakkelijke techniek geworden. In vroeger tijden diende het draadwerk vooral voor het vasthouden van de emailles. Van de nood werd een deugd gemaakt, zodat men de fraaiste voorstellingen op het metaal kon aanbrengen. Thans is de noodzaak om het email in een metalen omraming op de ondergrond vast te houden er niet meer. Integendeel, de emailles zijn zo uitgebalanceerd dat het mogelijk is het metaal door het email vast te houden, hetgeen het vastsolderen van de cloisons of cellen overbodig maakt, tenzij het zeer grote vlakken betreft. Men gaat daarbij als volgt te werk:

  • Men buigt van koper- of zilverdraad een gesloten vorm; dat wil zeggen een vorm waarbij begin en eind van de draad elkaar geheel raken. Het eenvoudigste voorbeeld daarvan is een ringvorm. Alle geometrische figuren zijn echter bruikbaar en wanneer men gevorderd is in deze techniek kan het draad als vlakverdeling dienen voor abstracte of meer picturale voorstellingen. Voor het welslagen van het werkstuk is het noodzakelijk dat het te gebruiken draad geplet is, dus rechthoekig en niet rond van doorsnede.
  • Het gebogen draad wordt op de niet voorbewerkte ondergrond gelegd en met de vingertoppen stevig aangedrukt, zodat de eventuele bolling van het metaal door het draad wordt gevolgd. Ligt het draad dus op de ondergrond, dan mag men er niet onderdoor kunnen zien wanneer men het geheel tegen het licht houdt. Is dit wel het geval dan zal men het draad nog iets moeten bijbuigen.
  • Vervolgens ontvet men de onderlaag, meestal rood koper, op de gebruikelijke wijze.
  • Na de voorbewerking van het metaal legt men een laag email op in de gewenste grondkleur of een onderfondant. Dit kan zowel nat als droog gebeuren. De natte wijze van aanbrengen is echter in het begin aan te raden, omdat dit het gemakkelijkste is. De email-laag moet zo egaal mogelijk worden aangebracht. Daarna wordt deze gedroogd tot de vochtige glans geheel is verdwenen, maar het emailpoeder nog niet geheel droog is.
  • In dat stadium wordt het gebogen draad door middel van een fijn pincet op de juiste plaats op het emailpoeder gelegd. Dit dient uiterst voorzichtig te gebeuren en wel van boven af. Ligt het draad niet op de juiste plaats dan zal men het er weer af dienen te nemen met de pincet en op een andere plaats neerleggen. Verschuiven van het draad is uitgesloten, omdat de email-laag dan mee verschuift. Ligt het draad op de juiste plaats dan kan men het zachtjes in de email-laag drukken. Druk het draad in de weke email-laag.
  • Vervolgens wordt het stuk nagedroogd en in de oven gelegd.
  • De grondlaag wordt bij voorkeur tot een bijna gladvloeien verhit, waarna het stuk met treefje en al uit de oven wordt genomen en op een stuk eterniet gelegd. Met een vlak voorwerp, bij voorbeeld een metalen spatel, wordt het draad in het nog in plastische staat verkerende email gedrukt, waarna men het geheel van het treefje neemt en grondig laat afkoelen. Men kan dit ook in de oven doen.
  • Is het stuk geheel afgekoeld, dan neemt men het met een pincet op en pakt het tussen een schoon doekje vast. Met een fijne staalborstel wordt vervolgens de oxydatielaag die op het koperdraad is ontstaan weggeborsteld. Heeft men zilverdraad gebruikt, dan kan deze handeling worden overgeslagen. Men dient er voor te zorgen dat men de email-laag niet met de vingertoppen aanraakt, noch het draad beroert. Wel moet de oxydatielaag van de achterzijde worden verwijderd. Oxydatiesnippers dienen van de werktafel te worden verwijderd, daar zij een gevaar vormen voor een gaaf produkt.
  • Men maakt nu een dik papje van emailpoeder in een contrasterende kleur. Daarmee wordt de draadfiguur geheel gevuld. Een extra druppel water uit een pipetje zal de emaildeeltjes dichter tegen elkaar doen sluiten. Het overtollige water wordt met de punt van een papieren zakdoekje weggezogen. Is de vorm geheel gevuld, dan wordt het email met een spateltje aangedrukt.
  • Vervolgens wordt het emailpoeder zorgvuldig gedroogd. Men mag niet vergeten dat dit langer duurt dan normaal, omdat de email-laag dikker is. Is de laag niet grondig gedroogd, dan zullen tijdens het verhitten stukjes wegspringen of blazen in het email ontstaan die moeilijk zijn te herstellen.
  • Men zal altijd zien dat het email in de draadvorm iets is ingezakt tijdens het uitsmelten. De emaildeeltjes zijn tijdens het gladvloeien dichter tegen elkaar komen te liggen, waardoor het niveau lager werd. Daarbij ziet men dat het email als het ware tegen het draad opgetrokken is en zodoende een hol vlak vormt. Een verdere opvulling in een volgende brandgang is dan ook noodzakelijk.
    Voordat dit echter kan plaatsvinden moet eerst de omtrek van de vorm tot draadhoogte worden opgevuld. Dit gebeurt uiteraard weer na grondige afkoeling en verwijdering van de oxydatielaag. Men kan niet eerst de draadvorm tot de gewenste dikte opvullen en daarna pas de buitenzijde. Bij het om en om opvullen zal het spanningsverschil tot het uiterste beperkt blijven.
  • Men zal de grootst mogelijke zorgvuldigheid moeten betrachten bij het naast elkaar zetten van de emailles, opdat geen twee kleuren over elkaar vloeien. Bij het vullen van de draadvorm mag geen email naast de vorm terechtkomen. Evenzo bij het opvullen van de omtrek. Gebeurt dit wel, dan heeft de draadvorm geen zin. Deze dient immers als zuivere afbakening van de kleuren.
    Het ligt voor de hand dat menigeen zich zal afvragen of het niet mogelijk is ee
  • n of meer brandgangen uit te sparen door de kleuren gelijktijdig te laten uitsmelten. In principe is dat heel wel mogelijk, in de praktijk echter blijkt het uiterst moeilijk om tijdens het aanbrengen van de emailles niet te morsen. Is de laag waarop gemorst wordt uitgesmolten, dan kan men het emailpoeder heel gemakkelijk verwijderen. Is deze echter nog niet gesmolten dan zal men een geheel nieuwe laag dienen op te brengen daar het onmogelijk is om het gemorste email van de rauwe ondergrond weg te nemen. Een extra brandgang van enkele minuten voorkomt deze narigheid.
  • Is de email-laag dik genoeg en egaal, dan zal men aan de nabewerking dienen te beginnen. Deze bestaat daaruit dat het stuk wordt gladgevijld, zodat het oppervlak gelijk wordt. Hiertoe maakt men gebruik van een middelfijne carborundumvijl. Men houdt het werkstuk daartoe onder stromend water en vijlt met een ronddraaiende beweging eerst voorzichtig het draadvlak. Doet men dit te ruw, dan trekt men het draad los. Is het draad echter vlakgevijld dan kan men met sterker druk het gehele stuk vlakvijlen. Het stromende water zorgt er voor dat metaalvijlsel, emailslijpsel en carborundumdeeltjes worden afgevoerd, zonder beschadiging op het email achter te laten.
  • Is het stuk gereed, dan is het email mat. Is de email-laag gaaf, dat wil zeggen dat geen gaatjes in het email aanwezig zijn, dan kan men deze mattering handhaven zo men dit wenst. Zijn echter hier en daar kleine gaatjes in de email-laag ontstaan dan zal men deze met wat emailpoeder kunnen opvullen. Bij voorkeur wrijft men daartoe het droge emailpoeder in de op te vullen holten. Een laatste keer in het vuur zal het email in de gaatjes doen smelten en de afgeslepen email-laag een nieuwe glans geven.
    Teneinde een satijnglans te bereiken kan men het email zonder het nogmaals aan verhitting bloot te stellen napolijsten met tripoli of amaryl. Het is zeker geen wet van Meden en Perzen dat men het email op boven omschreven wijze zal moeten afslijpen. Inderdaad is het resultaat bijzonder fraai, maar toch kan men ook zonder slijpen tot een goed resultaat komen. Om het onderscheid scherp te handhaven: men heeft dan te doen met draademail.
FOUTEN EN DEZE VERHELPEN

Oorzaken van fouten en hoe deze te verhelpen
Zwarte stippen Een der meest voorkomende fouten in de email-laag is de vorming van zwarte stippen. Deze komen voor wanneer men met emailleren begint en nog te weinig inzicht heeft. Er kunnen verschillende oorzaken voor zijn en de meest voorkomende oorzaak is dat men een te dunne laag email heeft opgelegd. Het water waarmee het emailpoeder wordt vermengd neemt in het algemeen de kleur van het email aan. Heeft men dus een dunne laag email met daaroverheen een dikke laag water opgelegd, dan zal na het drogen slechts een zeer dunne laag glaskorrels op het metaal achterblijven. Brengt men deze laag tot uitsmelten dan is het onvermijdelijk dat er vorming van zwarte stippen optreedt. Zwarte stippen van dit karakter komen nooit voor bij een email-laag van gelijke dikte als het metaal. Een andere oorzaak van de vorming van zwarte stippen kan liggen in een te snelle verdamping van het water. Wanneer dit gaat koken, dus borrelt, zal het email door de ontstane belletjes opzij worden geduwd. Men ziet dan een zwarte punt die een kuiltje vormt in het email. Verhelpen heeft men dekkende emailles gebruikt, dan is dit euvel op zeer eenvoudige wijze te verhelpen. Na afkoeling van het stuk en verwijdering van de oxydatiesnippers vult men de zwarte stippen op met droog emailpoeder, eventueel vastgehecht met tragacanthgom. Door dit droge poeder te laten uitsmelten en goed te laten gladvloeien bereikt men dat het oppervlak weer geheel gaaf zal worden. Bij het gebruik van transparante emailles is dit evenwel niet mogelijk. Hebben zich daar zwarte stippen gevormd dan moet men deze op de eerder omschreven wijze behandelen en van een motief voorzien in opglazuurverf, zodat de stippen niet meer zichtbaar zijn. Ook kunnen de stippen worden uitgeslepen, waarna het gehele stuk met email in dezelfde kleur wordt bedekt. Dit kan dan met natte email gebeuren. Bij plaatselijk emailleren zal men nooit van water gebruik mogen maken, omdat er dan kringen ontstaan om de nieuw ingevulde plek heen. Droog emailleren is dan noodzakelijk.

Scheuren in de email-laag In tegenstelling tot het optreden van zwarte stippen geeft het optreden van scheuren in de email-laag aan dat deze te dik is opgebracht. Dit komt vooral voor wanneer het email niet egaal genoeg verdeeld was en een plaatselijke opeenhoping te zien geeft. De transparante emailles hebben vaker last van dit euvel dan de meer elastische dekkende emailles. Verhelpen Zijn de scheuren eenmaal ontstaan, dan zal men moeten trachten het gescheurde email-deel te verwijderen. Daartoe geeft men met een scherp voorwerp een felle tik op het gescheurde deel, waarna dit in de meeste gevallen zal loslaten. Daarbij ziet men altijd dat er een dunne laag email op het metaal achterblijft, een zeker bewijs dat het scheuren zijn oorzaak vond in een te ongelijkmatige email-laag. Na het verwijderen van het betreffende deel kan men in een dunnere laag overemailleren, waarmee het euvel is verholpen. Natuurlijk zal email ook scheuren gaan vertonen wanneer het ontvetten van het metaal niet zorgvuldig genoeg is gebeurd of wanneer het metaal met een te dikke oxydatielaag is bedekt. Scheuren kunnen eveneens worden veroorzaakt door een te grote spanning, die kan optreden bij grotere stukken die niet zijn voorzien van een contra-emaillering. Men ziet dan bij voorbeeld bij geëmailleerde schaaltjes dat er scheuren vanaf de rand in de richting van het middelpunt lopen. Niet altijd zal men echter een stuk aan de achterzijde van email willen voorzien. In dat geval zal men het schaaltje onmiddellijk nadat het uit het vuur is genomen omgekeerd op een plaatje asbest zetten en het daarna bezwaren met een zwaar voorwerp, bij voorbeeld een baksteen. Om echter te voorkomen dat deze een te snelle afkoeling van het metaal veroorzaakt, dient men tussen de steen en het schaaltje een dunne plaat asbest te leggen. De steen mag pas na een zeer grondige afkoeling van het stuk worden verwijderd.

Ook kunnen scheuren in het email ontstaan wanneer een te snelle afkoeling plaatsvindt. Het oppervlak van de emaillaag krijgt dan een andere temperatuur dan het binnenste deel. Omdat het meer afgekoelde deel krimpt treden spanningen op die tot het scheuren van het email kunnen leiden. Ook tocht kan een te plotselinge afkoeling veroorzaken. Bij kleine stukken zal dit zelden tot emailfouten aanleiding geven, bij grotere stukken dient men daarmede terdege rekening te houden. Verder kan het gebruiken van te dun metaal scheuren veroorzaken.

Tenslotte kunnen scheuren in de email-laag veroorzaakt worden door een onjuiste samenstelling van het email. Het uitzettingscoëfficiënt van het metaal en het email zijn in zo’n geval onvoldoende aan elkaar aangepast. Dit kan in sommige gevallen leiden tot het geheel of gedeeltelijk loslaten van de email-laag. In het algemeen zal een dergelijke scheurvorming niet direct na het uitsmelten van het email optreden maar enkele weken tot enkele maanden daarna. Met reparatie van het betreffende stuk bereikt men niets, daar de aanvullende emailles weer van dezelfde kleur en dezelfde samenstelling zullen zijn. Wanneer men spreekt over een slechte kwaliteit email, wordt vrijwel altijd email bedoeld dat aan dit euvel lijdt. Spreekt men daarentegen van een goede kwaliteit email dan houdt dit in dat de samenstelling daarvan zodanig is dat het uitzettingscoëfficiënt geheel is aangepast aan het metaal. Daarenboven moet een goed email een fraaie kleurontwikkeling te zien geven. In het algemeen is het bijzonder aan te raden een zeer goede kwaliteit email te kiezen. Het verbruik van email is zeer gering, zodat het prijsverschil per geëmailleerd stuk berekend slechts enkele centen bedraagt. Het gebruik van een goede kwaliteit email kan zeer veel ergernis besparen.

Zwartgeblakerde randen Een veel voorkomend verschijnsel bij hen die eerst kort geleden met emailleren zijn begonnen is het optreden van zwarte randen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. In de eerste plaats is een onjuiste wijze van aanbrengen mogelijk. Bedekt men bij voorbeeld een stuk metaal met email en begint men daarmede vanaf het midden, dan zal de oppervlaktespanning van het water de emaildeeltjes naar het midden trekken. Emailleert men daarentegen eerst langs de randen en daarna het midden, dan doet zich dit euvel niet voor. Het email dient met het penseel naar de randen te worden geduwd, zonder erover te vloeien, zodat daar een iets dikkere concentratie ontstaat.

Een andere mogelijkheid is dat het stuk oververhit werd. Wanneer het email aan een te grote verhitting wordt blootgesteld wordt het dun-vloeibaar, daarna gaat het kookverschijnselen vertonen, om vervolgens te verbranden. Dit proces begint aan de randen, van waaruit het zich over het gehele oppervlak kan uitstrekken. Men doet er derhalve goed aan voor oververhitting te waken en geen oven met een te hoog vermogen te gebruiken. Is men echter in het bezit van een oven die een te hoge temperatuur bereikt, dan kan men de verwarmingselementen laten vervangen door elementen met een geringer vermogen. Even een kleine waarschuwing voor handige, niet-technische vrouwen: het inkorten van een verwarmingselement maakt het vermogen groter. Dus andere elementen aanschaffen! Een derde mogelijkheid tot het optreden van zwarte randen komt voort uit een vaak herhaalde verhitting. Moet men een stuk een tweede keer verhitten en zijn de randen goed bedekt, dan zal in het algemeen dit euvel niet optreden. Moet echter voor het effect dat men wil bereiken een groter aantal keren worden verhit, dan zal men tussentijds de randen een extra laag email moeten geven. Wacht men daarmee te lang en hebben zich reeds zwarte randen gevormd, dan moet men deze met een carborundumvijl blank slijpen. Daarbij moet men er goed voor oppassen dat geen huidvet op het afgevijlde gedeelte kan komen. Na het blankvijlen kan men een nieuwe laag email aanbrengen, die, dikker aan de randen, naar het midden in niets uitloopt.

Kratervorming Soms komt een overigens gaaf stuk emailleerwerk uit de oven met een paar gaatjes in het emaille die het gehele stuk bederven. Een ander maal gaat dit zover dat het gehele oppervlak met een gestolde schuimlaag is overdekt. Zoals steeds het geval is kan ook dit verschillende oorzaken hebben. Daar is in de eerste plaats het vet. Dit kan vet zijn dat bij het stansen wordt gebruikt, het kan ook huidvet zijn. Wordt het email over onvoldoende of niet geheel ontvet metaal aangebracht, dan zal deze kratervorming optreden. Dit euvel doet zich vrijwel niet voor wanneer het email in natte toestand wordt opgelegd, omdat water van een vette onderlaag wegtrekt en men dus onmiddellijk kan zien dat deze vet is. Bij de poedertechniek ziet men dit niet. Het water, dat dus voorkomt dat men gaat emailleren op een nog – of weer – vette onderlaag, kan echter zelf weer kratervorming veroorzaken.

Email dat in natte toestand wordt aangebracht moet grondig drogen alvorens tot smelten te worden gebracht. Dit drogen nu mag niet te snel gebeuren. In het algemeen zal men het met email bedekte stuk bij een warmtebron, vrijwel zeker de oven, laten drogen. Hiertegen is geen enkel bezwaar, mits men er voor zorg draagt dat het water waarmee het email is vermengd niet gaat koken. Iedereen kent de opstijgende bellen in kokend water. Daar zit een grote kracht achter. Veroorzaakt men dat het water in de natte email-laag gaat koken, dan zullen de opstijgende belletjes de emaildeeltjes opzij schuiven. De veroorzaakte soort kratervorming is van geheel andere aard dan bij een emaillering over vet. In het eerste geval hebben de gaatjes scherpe randen, in het laatste geval daarentegen zijn de randen afgerond. In tegenstelling tot de bovenomschreven kratervorming kan deze fout worden hersteld door de gaatjes met email te vullen en opnieuw te verhitten.

Een derde oorzaak waarbij men kratervorming ziet optreden is die waarbij men het koper door onderdompeling in zuur van de oxydatielaag heeft ontdaan. Is dit zuur niet voldoende verwijderd door wassen en borstelen, dan zal eveneens kratervorming kunnen optreden. Daarbij zal de hechting met het metaal eveneens onvoldoende blijken te zijn.

Donkere vlekken in transparante emailles Niet zelden zal het voorkomen dat zich onder een transparant email donkere vlekken schijnen te hebben gevormd. In de meeste gevallen is dit te wijten aan oxydatie van het koper. Het treedt vooral dan op wanneer de email-laag eigenlijk wat te dun is opgelegd. Men zorge dus voor een juiste dikte van het email bij de eerste verhitting. Dit klinkt vrij eenvoudig, maar wat te doen wanneer men verschillende lagen email over elkaar heen wil aanbrengen en de voorschriften luiden dat de totale laag email niet te dik mag zijn om afspringen te voorkomen? Een even eenvoudig antwoord luidt: afslijpen. Maar dit is wel bewerkelijk. Toch is het de enige manier om er zeker van te zijn dat zich geen oxydatie vlekken gaan vertonen onder een transparante email-laag, tenzij men een dunne laag fondant als grondlaag legt. Deze fondant is over het algemeen fijner van korrel dan de gekleurde doorschijnende emailles mogen zijn. Daarom sluit een dunne laag daarvan de zuurstofinwerking reeds af. De deeltjes liggen zeer dicht tegen elkaar, vooral wanneer men het email in natte toestand opbrengt.
Bepaalde kleuren email, met name het robijnrood, gaan er door het gebruik van fondant beslist niet op vooruit. In zo’n geval is het opleggen van een dikkere laag en daarna het afslijpen daarvan een dwingende noodzaak voor een egaal gekleurd oppervlak. Toch zal men vaak zien dat ook bij de goede dikte juist onder dit robijnrood zwartkleuring kan optreden. Deze zwartkleuring komt evenwel uit het email zelf voort en verdwijnt volkomen bij een tweede verhitting.

Wolkeffecten in transparant email Een veelvuldig voorkomend verschijnsel bij de transparante emailles is de vorming van wolken. Deze zijn niet transparant en kunnen, indien niet gewenst, niet meer verwijderd worden. Deze wolkvorming ontstaat wanneer de voorbewerking van het email onvoldoende geweest is. Transparante emailles, waaraan men, wat doorzichtigheid betreft, de hoogste eisen wil stellen, moeten voor het gebruik worden uitgewassen. De wijze van uitwassen is in een vorig hoofdstuk beschreven, maar hier ten overvloede: het melkachtige water dat bij het uitwassen ontstaat moet afgegoten worden. Het uitwassen herhaalt men tot het water helder blijft. Dit nu moet bij elk hernieuwd gebruik van hetzelfde email herhaald worden.

Vers gemalen email, dat rechtstreeks afkomstig is van de leverancier, behoeft niet te worden uitgewassen voor het gebruik. Is de omzet van een leverancier evenwel gering en blijft het email lange tijd bewaard dan moet het eveneens worden uitgewassen. De laatste wasbeurt moet altijd met gedistilleerd water gebeuren. Hard en dus kalkhoudend leidingwater kan na het indrogen een rest email geheel onbruikbaar maken. Deze voelt dan klonterig aan. Legt men dergelijk email op het koper, dan is van gladvloeien geen sprake. Emailpoeder moet in goed gesloten pakjes worden bewaard. Het trekt vocht aan, hetgeen de kwaliteit nadelig kan beïnvloeden. Dit geldt zowel voor de transparante als voor de dekkende emailles. Is het email door onvoorziene omstandigheden toch vochtig geworden en klont het ietwat aan elkaar, dan zal men deze door uitwassing met gedistilleerd water weer bruikbaar kunnen maken. Een andere troebeling van het email kan afkomstig zijn van de gebruikte tragacanthgom. Is deze onvoldoende opgelost, en komen er gomdeeltjes onder de email-laag, dan zal men eveneens troebeling van het email kunnen verwachten. Dit gebeurt ook wanneer de gomlaag niet voldoende werd gedroogd.

Oxydatiesnippers in het email Vaak wordt de klacht gehoord dat men oxydatiesnippers terecht ziet komen op een geëmailleerd stuk dat volkomen gaaf uit de oven kwam, en dat deze snippers niet meer te verwijderen zijn. Wanneer een geëmailleerd stuk uit de oven wordt genomen en er heeft tevoren geen contra-emaillering plaats gevonden dan zal de oxydatielaag aan de achterzijde door het grote temperatuurverschil loslaten en rondspringen. De email-laag kan dan nog vloeibaar zijn en de daarop terechtkomende oxydatiesnippers zullen door de taaie emailmassa worden vastgehouden.

Wat gebeurt er nu eigenlijk precies, zal men zich afvragen en hoe komt het dat dit euvel nu en dan optreedt maar niet altijd. Metaal is zeer warmtegeleidend en email is dat niet. Daarin zit meteen de oplossing van het probleem. Kan men er voor zorgdragen dat het metaal niet eerder afkoelt dan de glaslaag, dan zal geen voortijdig loslaten van de oxydatielaag kunnen voorkomen. Laat men derhalve het geëmailleerde stuk op het nog hete roestvrij stalen treefje afkoelen, dan zal tegen de tijd dat de oxydatie snippers rondvliegen het glas geheel gestold en hechting niet meer mogelijk zijn. Toch blijkt soms dat ondanks deze maatregelen nog oxydatiesnippers in het email voorkomen, die echter dieper liggen. Ook dit euvel wordt veroorzaakt door de rondspringende oxydatiesnippers, die dan niet terechtkomen op het geëmailleerde stuk maar in het openstaande potje email. Er kan niet genoeg de nadruk op worden gelegd dat potjes email direct na het gebruik gesloten dienen te worden om verontreiniging van welke aard ook, te voorkomen. Ook de vezels van staalwol laten sporen na in het email. Deze metaalvezels branden niet weg en zien er uit als haartjes. De kwaliteit van het email gaat hand in hand met de mate van zindelijkheid die betracht wordt. Bezoekt men het atelier van een goed emailleur, dan is het eerste dat opvalt de grote ordelijkheid en zindelijkheid

Samentrekken van het email Plaatselijke ontglazingen komen het meest voor bij contra-emaillering. De oorzaak daarvan is dat het email te dik werd opgelegd en met de geëmailleerde zijde naar onder werd verhit. Ook wanneer men voldoende tragacanthgom gebruikt als hechting op het metaal, zal blijken dat deze het eigen gewicht van het email niet kan houden. Daarom mag een contra-email nooit te dik worden opgelegd. Is contra-email echter met de geëmailleerde zijde naar boven verhit en tot smelten gebracht, dan zal deze bij een verdere emaillering, waarbij het contra-email naar onder is gericht, nooit ontglazingen te zien geven.

Loslaten van de gehele email-laag Loslaten van de gehele email-laag komt slechts dan voor wanneer men emailleert op een onderlaag van metaal die niet voor emaillering geschikt is. Messing, in het algemeen geel koper genoemd, is geheel ongeschikt om geëmailleerd te worden, evenals bepaalde soorten alpaca. Een en ander is in hoge mate afhankelijk van het percentage zink dat in de legering werd gebruikt. Tombak, bestaande uit rood koper met een zinkpercentage van minder dan 2%, is nog juist bruikbaar. Nikkel- en nikkellegeringen zijn niet bruikbaar om te worden geëmailleerd. Tenslotte dient nog platina genoemd te worden als een metaal waarop men niet kan emailleren.

Krassen in de email-laag Wanneer tijdens het afwerken van een geëmailleerd stuk de vijl uitschiet ontstaan er krassen in de email-laag. Ook kan een reeds gebruikt stuk krassen vertonen. Door het email dan nogmaals in de oven te leggen en te verhitten verdwijnen deze krassen volkomen.

EMAILLEREN ALS HOBBY

De belangstelling die het emailleren als hobby heeft neemt hand over hand toe en dat is geen wonder. Het is geen bijzonder kostbare hobby en men kan volstaan met een zeer beperkte werkruimte; een hoek van de tafel in de woonkamer is ruim voldoende. Daarbij komt dat men, mits in het bezit van een goede oven, onmiddellijk een behoorlijk resultaat kan bereiken, zonder al te veel kennis van de materie. Met een goede handleiding en wat experimenteren kan ook de hobbyist het ver brengen. Het is bijzonder jammer dat men thans in vele kleine kunstnijverheidswinkels emailleerwerk ziet dat het niet verder brengt dan geklodder met email. Het kan het emailleerwerk van de jongste uit onze eigen kindergroepen niet evenaren, dat puntgaaf is, zonder ingreep onzerzijds.

Dat het bezit van een goede oven een eerste voorwaarde is voor het welslagen van het werk behoeft geen betoog. In het hoofdstuk “Wat men nodig heeft” worden de verschillende types uitvoerig behandeld. De eisen die men aan een oven stelt zijn in hoge mate afhankelijk van het doel dat men voor ogen heeft. Het jonge meisje dat in het gelukkige experimenteerstadium leeft is gebaat bij een eenvoudige, zeer goedkope oven, al heeft deze niet zo’n lange levensduur. De volwassene, die blijvend door iets geboeid wordt, doet er goed aan een degelijke oven aan te schaffen, die te allen tijde repareerbaar is en dientengevolge zijn waarde behoudt.

Men kan niet goed leren emailleren wanneer men gebruik maakt van emailles die niet aan de kwaliteitseisen voldoen. Bij werk van een beginneling wordt veel door de vingers gezien en geweten aan ondeskundigheid, terwijl het in feite aan de emailles ligt dat het resultaat maar matig is. Het is veel beter met een beperkt aantal kleuren email van een goede kwaliteit te beginnen dan met een groot aantal kleuren email van een slechte kwaliteit, waarbij men een gelijk bedrag uitgeeft. Omdat men bij het emailleren aan een uiterst geringe hoeveelheid email genoeg heeft, kan men het prijsverschil per werkstuk nagenoeg verwaarlozen. Als richtlijn geldt dat emailpoeder ongeveer f 2.25 per 50 gram kost. Afhankelijk van de kleur kan de prijs iets hoger of iets lager liggen. Men doet er goed aan het emailpoeder uitsluitend te kopen in plastic- of glazen potjes die goed kunnen worden afgesloten. Emailpoeder trekt vocht aan en is daardoor soms zeer moeilijk tot een glad uitsmelten te brengen. Men krijgt dan de indruk dat het smeltpunt van zo’n emailsoort veranderd is. Toch zal het resultaat bij verhitting op een hogere temperatuur eveneens te wensen overlaten.

Wil men leren emailleren, dan doet men er goed aan stansvormen van rood koper te gebruiken. Natuurlijk kan men uit koperplaat alle gewenste vormen zagen, maar het nadeel is dat het emailleren dan op het tweede plan komt orndat de voorbewerking van het metaal zo tijdrovend is. Uiteraard zijn stansvormen duurder in aanschaf dan koper in plaatvorm. Men heeft echter geen afval en kan aanschaffing van metaalbewerkingsgereedschap achterwege laten. Stansvormen van rood koper zijn in een zo groot aantal modellen verkrijgbaar, dat er modellenboekjes van beschikbaar zijn. Importeur is Handelsondememing “Epam”, Postbus 7153, Amsterdam. De kopervormen en de modellenboekjes kunnen bij “Epam” worden aangevraagd en ook bij het Keramisch Instituut Haarlem. Daarbij moet f 0,50 aan postzegels worden bijgesloten. Men moet de stansvormen zien als basisvormen, waar men naar believen mee kan werken. Zo kan men bij voorbeeld twee kleine schaaltjes, die gewoonlijk als asbakje worden gebruikt en in verschillende modellen verkrijgbaar zijn, in het midden van een gaatje voorzien. Door deze twee schaaltjes na het emailleren ruggelings tegen elkaar vast te zetten met een speciale, los daarvoor verkrijgbare schroefpen, verkrijgt men een kaarsenhouder. Men kan echter zo’n zelfde schaaltje ook als deurknop gebruiken door er aan de holle zijde een hol staafje op te solderen waar de schroef doorheen kan lopen. Zo zijn er tal van mogelijkheden te bedenken en de meest uiteenlopende toepassingen te vinden. Er zijn ook complete sets verkrijgbaar. Bij voorbeeld een doosje met alle schakels van een armband, met tussenschakels en een schuifslot, sommige modellen met opgesoldeerde draden voor cloisonné. Er zijn houten doosjes met een dekseltje van rood koper, dat men kan emailleren. Er is te veel om op te noemen om een bron van inspiratie te vormen. Alle getekende voorbeelden zijn verkrijgbare stansvormen.

EMAILLEREN MET KINDEREN

Emailleren met kinderenTekst anno 1970, daarom niet meer geheel aangepast aan moderne mogelijkheden.

In Nederland wordt met kinderen in toenemende mate geëmailleerd. Op de meeste scholen waar handenarbeid in het lesrooster een plaats vindt beschikt men wel over een emailleeroven en emailles, maar men doet daar in het algemeen te weinig mee. In de eerste plaats staat daar de bewerking van het metaal op het programma. Is dat gebeurd, dan wordt er een kleurtje over aangebracht en dit wordt door verhitting tot smelten gebracht. Hebben we geluk, dan hebben zich geen zwarte randen gevormd; meestentijds is dat wel het geval. Op deze wijze leert een kind het emailleren niet voldoende als mogelijkheid kennen. Schuld daaraan is hoofdzakelijk het feit dat de klassen zo groot zijn. De creativiteitsontwikkeling van het kind mag niet een eenzijdige handvaardigheidsontwikkeling worden. Het kind moet van ontdekking tot ontdekking gaande de mogelijkheden van het materiaal leren gebruiken voor een eigen vormgeving. Aan de esthetische vorming mag evenmin worden voorbijgegaan. Schoonheidsbesef kan men niet aanpraten, men kan het alleen, door steeds weer fraaie stukken te laten zien, ontwikkelen. Gaat men met de kinderen emailleren, dan mag in geen geval van een zuurbad gebruik worden gemaakt. Men blauwt het koper na het blankschuren en laat het heet en wel in koud water glijden, waarna het stuk nogmaals wordt blankgeschuurd. Wil men het metaal bijzonder licht van tint hebben, als onderlaag van transparante emailles, dan kan men het stuk korte tijd in een Sparexoplossing leggen. Daarna moet grondig worden nagespoeld.

Het meest praktische oventype voor schoolgebruik is de ronde oven met de glazen kap (noot: niet meer verkrijgbaar, zie ovens). Door de ronde vorm en het vrije doorzicht is deze oven uiterst geschikt voor groepswerk. Bovendien kan de leraar beter toezicht houden op het werk. Kinderen zullen vooral in het begin wat ongeduldig blijken te zijn en het emailpoeder onvoldoende willen laten drogen. Vochtige email springt echter naar alle zijden uiteen en kan elke oven bederven, het springt naar onderen en naar boven, zodat toezicht in het begin noodzakelijk is. Komt email namelijk in aanraking met een verwarmingsspiraal dan gaat het daarmee een chemische verbinding aan, zodat deze plaatselijk gaat oplossen en doorbrandt, waarna reparatie noodzakelijk wordt. Kort nadrogen op de glazen kap heft het risico geheel op. Ovens waarin de elementen niet zichtbaar zijn hebben het nadeel dat de oververhitting de elementen snel doen doorbranden.

Het gehele bodemoppervlak kan gebruikt worden, zodat de te emailleren stukken van verschillende kinderen gelijktijdig verhit kunnen worden. Tijdens het uitsmelten van de emailles kan men rustig de glazen kap van de oven benutten om andere stukken aan elkaar te solderen. Haast behoeft men daarmee niet te maken, want verbranden zullen de emailles niet in dit oventje. Bij de toepassing van de verschillende kleuren zal men van tevoren enige richtlijnen moeten geven. In het algemeen zijn kinderen bijzonder gesteld op primaire kleuren. Dit vormt geen enkel bezwaar, mits hen enig inzicht in de kleuren wordt bijgebracht. Daarom moet begonnen worden hun het verschil te laten zien tussen actieve en passieve kleuren. Men doet dat door een actieve kleur en een passieve kleur naast elkaar te houden, bij voorbeeld twee stukken papier van 10×10 cm. Vraagt men de kinderen wat het grootste van de op de wand geprikte stukken papier is, dan zullen zij steeds de actieve kleuren zoals rood, oranje en geel noemen. De passieve kleuren, zoals blauw en groen, trekken zich terug. We leren de kinderen dan dat twee of meer actieve kleuren naast elkaar niet gebruikt moeten worden orndat de combinatie het dan wel uitschreeuwt, maar geen spanning veroorzaken kan door het gebrek aan tegenstelling. Er is dan niets dat het oog boeit. Een enkel fel accent tussen passieve kleuren geeft het meest indringende resultaat.

Het is merkwaardig dat vrijwel elk kind dit onmiddellijk aanvoelt en het als een ontdekking beschouwt, waardoor het elke kleur met volkomen andere maatstaven gaat beschouwen. Aan de spontaniteit van hun uitingen doet dit geen enkele afbreuk. Wel wordt het spel met kleur naar een ander vlak getrokken, waardoor een nieuw beleven wordt veroorzaakt. Het is van grote invloed op de goede smaakontwikkeling. Men doet er goed aan de kinderen te vragen om met kleur iets uit te drukken en niet te trachten een plaatje met email te maken, orndat daartoe het materiaal zich minder leent. Zij zijn dan veel vrijer in hun uitingen en leven niet in de angst dat andere kinderen veel beter kunnen tekenen en dus beter zouden kunnen leren emailleren. Vooral kinderen die het wat moeilijk hebben met vormgeving in het algemeen kunnen soms tot verrassende resultaten komen en krijgen een nieuwe kans op een gebied dat hen wel ligt. Men dient zoveel mogelijk te vermijden dat er ingewikkelde vormen uit het koper worden gezaagd, waarin veel tijd gaat zitten. Het beste is het om voorgestanste vormen te geven of – indien dat te duur mocht zijn – koperplaat in rechthoeken te laten snijden en die door de kinderen te laten afwerken, waarbij men niet mag vergeten de hoeken af te ronden. De voorbewerking moet weinig tijd kosten, zodat alle aandacht aan het emailleren kan worden besteed. Duurt de voorbewerking te lang, dan is het kind allang tevreden als op het koper een kleurtje wordt aangebracht. Daarmee schiet men dan het beoogde doel voorbij. Men moet zoveel mogelijk trachten het kind iets op te laten bouwen; het aantal keren dat een stuk in de oven gaat mag niet beperkt worden. Dit hoeft ook niet, want de tijd dat een stuk aan verhitting wordt blootgesteld neernt slechts enkele minuten in beslag.
Er zijn een aantal dingen waarop men de kinderen zal moeten wijzen alvorens men hen aan het werk kan laten gaan.

  • In de eerste plaats het grondig vetvrij maken van het metaal.
  • In de tweede plaats de wijze waarop email wordt opgeschept. Vervolgens het opleggen van het email, van de randen naar het centrum.
  • Daarna de dikte van de email-laag; in totaal niet dikker dan het metaal.
  • Tenslotte het egaliseren.
    Dit laatste is van bijzonder groot belang voor een gaaf resultaat. Verder zal men de kinderen er op moeten wijzen dat op een schone wijze moet worden gewerkt en dat de emailles niet door elkaar mogen geraken. Vooral met wit email is dit gevaarlijk.
  • Ook vergete men niet de kinderen er op te wijzen dat zij voorzichtig zijn met de staalwol- en oxydatiesnippers. Een paar zachte stoffertjes zijn onmisbaar om de tafel keer op keer af te borstelen. Het feit dat deze aanwezig zijn doet reeds wonderen.

De stukken die de kinderen hebben geëmailleerd kunnen op verschillende wijzen toepassing vinden. Van de rechthoeken kunnen dekseltjes gemaakt worden voor doosjes. Daartoe lijmt men een kleinere rechthoek van hout onder het metaal, waardoor schuiven voorkomen wordt. De doosjes worden eveneens van hout gemaakt, al dan niet met een fineerlaagje overdekt. Het uitgangspunt moet dan echter het reeds vervaardigde rechthoekje zijn en niet het doosje, dat dus in maat aangepast moet worden. Natuurlijk kunnen er ook hangers van worden gemaakt, maar omdat het solderen op de glazen kap van de oven kinderspel geworden is, denke men ook eens aan het aansolderen van gespsluitingen en dergelijke. Gespsluitingen zijn op zeer eenvoudige wijze te vervaardigen door in een klein, rechthoekig plaatje koper een gleuf te zagen, die vlak bij de rand ligt. Men zaagt vervolgens een gelijk groot plaatje met een gleuf of gaatjes voor bevestiging, waarna men de andere zijde ombuigt tot een haak die in de gleuf past. Daartoe moet men de zijde iets afschuinen. Elk metaal kan hiervoor worden gebruikt, omdat men verschillende metalen op elkaar kan solderen. Men kan ook een luciferhouder buigen en daarop de reeds vervaardigde rechthoek solderen. Kortom, er zijn meer toepassingsmogelijkheden dan men kan opnoemen.

EMAILLEREN OP IJZER

Emailleren op een ondergrond van ijzer Het emailleren van ijzer werd tot dusverre slechts toegepast in de industrie. Zo mogelijk is hier de begripsverwarring tussen email en lak nog groter dan bij de geemailleerde sieraden het geval is. Fabrikanten van wasmachines, koelkasten, fornuizen en dergelijke, noemen soms hun produkten die met lak zijn bedekt, geëmailleerd. Dit is niet bedoeld om het publiek te misleiden. Integendeel, in verscheidene talen wordt lak email genoemd, zoals dat ook steeds meer het geval wordt in Nederland. Daarbij komt dat deze lakken meestal gemoffeld worden, hetgeen inhoudt dat zij warm worden gehard. Het lakproces begint daardoor overeen te komen met emailleren, hoewel het met echt emailleren niets te maken heeft. In Amerika is men, om aan de verwarring een einde te maken, echt email “porcelain enamel” gaan noemen. De reputatie die de industrie-emailles hebben is, zeer ten onrechte, niet goed. Velen hebben nog de vroegere emailles in hun herinnering, meestal die op pannen. Deze konden slecht tegen stoten; vooral aan de randen liet het email dan los. Zo’n reputatie is slechts zeer moeilijk en uiterst langzaam te veranderen. De moderne emailles bezitten een bijna ongeloofwaardige stootvastheid en rekbaarbeid. Proeven laten zien dat van een geheel vlakke geëmailleerde plaat, waarin een holte wordt geforceerd met een doorsnede zo groot als een rijksdaalder, het email pas loslaat wanneer een diepte van circa 1 cm wordt bereikt.

Daarom verdient email veel meer dan thans het geval is te worden toegepast. Het verkleurt niet in de loop der jaren, het neernt geen reuk aan, hetgeen vooral bij koelkasten van groot belang is, het absorbeert geen vuil en beschadiging is nauwelijks mogelijk. Nieuw is het gebruik van bijouterie-email op een ijzeren ondergrond. Voor het emailleren van ijzer moet men uiteraard gebruik maken van ijzer-email. Dat wil zeggen dat email gebruikt moet worden dat is aangepast aan het uitzettingscoëfficiënt van ijzer. De bijouterie-emailles bezitten een uitzettingscoëfficiënt dat is aangepast aan koper en de edele metalen, maar niet aan ijzer. Men is er thans evenwel in geslaagd een ijzerfondant samen te stellen die vermengd is met een hechtmiddel en die het verschil in uitzettingscoëfficiënt tussen het ijzer en het email voor koper overbrugt. Een en ander zal een grote ornwenteling op het gebied van het emailleren te zien geven, want bij de huidige zeer hoge prijzen van rood koper komt men bij gebruikmaking van ijzer als grondmateriaal op een besparing van meer dan 80%. Dit betekent dat men een andere toepassing kan geven aan dit werk, dat men wandtableaus, emailmozaïeken en dergelijke kan vervaardigen zonder grote matenaalkosten. Dit is vooral voor scholen van groot belang. IJzerfondant is eveneens zeer laag in prijs. Bovendien kan men volstaan met een dunnere laag bijouterie-email.

Menigeen zal zich afvragen waarom men over ijzerfondant geen ijzeremail mag aanbrengen. Dit is iets dat uiteraard zeer goed mogelijk is. Alleen hebben de ijzer-emailles een andere functie en zijn derhalve niet zo briljant van kleur als de emailles voor koper en edele metalen. Men dient speciaal emailleer-ijzer te gebruiken, dat volkomen koolstofvrij is. Dit wordt voornamelijk in Amerika vervaardigd. Op gewoon plaatijzer kan men niet emailleren. Men verkrijgt dan kratereffecten tengevolge van de tijdens de verhitting ontwijkende gassen. Deze kunnen in sommige gevallen wel attractief zijn, maar dit email is zeer kwetsbaar en al spoedig laten dan gedeelten van de email-laag los. IJzerfondant is donkergrijs van kleur, zodat daaroverheen slechts ondoorzichtige emailles gebruikt kunnen worden. Wil men evenwel doorschijnende emailles gebruiken, dan dient men over de grondlaag nog een deklaag van een lichte tint aan te brengen. Natuurlijk worden de kleuren minder diep-transparant dan wanneer de glans van het metaal doorbreekt. Dat is ook niet nodig, dit is eenvoudig een andere wijze van emailleren met andere mogelijkheden. Het grote probleem van het emailleren van ijzer was tot dusverre steeds dat ijzer afgebeitst moest worden in zwavelzuur. Dit is een gevaarlijke stof, die giftige dampen geeft, de kleding aantast en bovendien op de huid kan inbranden. Men kan evenwel dit zwavelzuur vervangen door azijnzuur met keukenzout. Daartoe verdunt men ongeveer 100 cc azijnzuur (niet te verwarren met azijn) met een gelijke hoeveelheid water. Daaraan voegt men een grote dessertlepel keukenzout toe. Na het schuren en gloeien tot een allereerste begin van oxydatie ontstaat, legt men het ijzer in de azijnzuuroplossing, roert even been en weer en neernt het stuk metaal uit de oplossing, waarna men er alle druppels van afschudt. Dit laatste moet zeer zorgvuldig gebeuren orndat het ijzer nat in de oven moet worden gelegd en nogmaals moet worden verhit. Wanneer echter water gaat rondspatten en in de elementen komt kan dit door de geleiding die ontstaat gevaarlijk zijn. Het ijzer behoeft niet langer te worden verhit dan tot het keukenzout in witte vlokken op het metaal staat. Daarna wordt het heet in een bakje koud water gelegd waarin een theelepel soda is opgelost en afgedroogd, waarna met emailleren kan worden begonnen. Een volkomen nieuw afbeitsmiddel dat een eenvoudiger werkwijze toelaat is eveneens afkomstig uit Amerika. Het is geheel gifvrij, werkt veel intensiever dan azijnzuur, het is reukloos en brand niet op huid of kleding in. Het is onontvlambaar en niet-explosief. Men onderscheidt twee soorten, Sparex no. 1 voor het afbeitsen van ijzer en staal, Sparex no. 2 voor het afbeitsen van rood koper, edele metalen en dur-aluminium. Het middel wordt geïmporteerd door het Keramisch Instituut Haarlem (noot anno 2002: bestaat niet meer). De prijs ligt lager dan die van azijnzuur. Sparex kan langdurig worden gebruikt. Wel moet men er voor zorgdragen dat niet te veel water uit de oplossing verdampt, orndat anders een te sterke zuurconcentratie ontstaat Af en toe filtreren door een koffiefilterzakje is wel aan te bevelen.

De voorbehandeling van het emailleerijzer, waarvan ook stansvormen verkrijgbaar zijn, is als volgt:

  • het ijzer wordt zeer grondig blank geschuurd met middelfijn schuurpapier of schuurlinnen.
  • Het metaal wordt vervolgens in de hete emailleeroven gelegd en onmiddellijk nadat aan de randen een begin van oxydatie ontstaat uit de oven genomen.
  • Vervolgens legt men het zeer hete metaal in een oplossing van 50 gram Sparex no. 1 in 300 tot 400 cc water. Het sist en trekt meteen volkomen blank.
  • Daarna spoelt men het metaal af in een bakje koud water en droogt het zorgvuldig af met een schoon doekje. Uiteraard draagt men er zorg voor dat zich geen huidvet op het metaal kan afzetten.
  • In tegenstelling tot de behandeling van koper behoeft men het ijzer niet meer na te schuren; het is voor verdere emaillering gereed.
  • De ijzerfondantlaag wordt vervolgens nat opgelegd. Deze fondant is veel fijner van korrel dan het email. De laag laat zich dan ook uiterst gemakkelijk aanbrengen. De fondantlaag mag juist dekken, niet meer. Hoe dunner de fondantlaag, des te sterker de hechting aan het metaal zal zijn.
  • Men laat nu de ijzerfondantlaag grondig drogen tot er een wit waas over is getrokken en uitsmelten tot het begin van glans optreedt, niet verder.
  • Vervolgens kan op alle eerder omschreven manieren worden geëmailleerd.

Wil men doorzichtige emailles gebruiken, dan zal men een laagje dek-email over de fondantlaag moeten aanbrengen. Dit moet over de gedeeltelijk uitgesmolten laag worden aangebracht en eveneens gedeeltelijk worden uitgesmolten. Daarna kan men transparant email opleggen. Daar reeds een email-laag op het ijzer is aangebracht kan men met een dunnere laag bijouterie-email volstaan dan men gewoonlijk nodig heeft. Wil men email cloisonné op een ondergrond van ijzer aanbrengen, dan kan men het geplette draad direct in de fondantlaag leggen.

Emailleerijzer is zeer goed bewerkbaar. Het kan door middel van een zaagbeugel, waarin men een ijzerzaagje spant, worden uitgezaagd. Grote stukken moet men contra-emailleren. Daartoe gebruikt men een ijzerfondantlaag, die echter dikker wordt aangebracht dan normaal het geval is. Wanneer men niet wil contra-emailleren, hetgeen voor kleinere stukken niet noodzakelijk is, verdient het aanbeveling het niet geëmailleerde deel van het ijzer in te wrijven met wat olie. Dit geeft een wat matte glans aan het zwart geworden metaal en voorkomt roesten. Wanneer men de olielaag met een schoon doekje grondig afwrijft zal het metaal niet vettig aanvoelen en geen vlekken op de kleding geven. Wil men ijzer solderen dan is het noodzakelijk de oxydatielaag van de betreffende plaats te verwijderen. Deze zwarte oxydatielaag zit veel sterker aan het metaal gehecht dan het geval is bij koper. Lukt het niet om met grof schuurpapier het blanke metaal te voorschijn te halen, dan krast men met een hard metalen voorwerp in de oxydatielaag, die dan bros blijkt en loslaat. Op de oxydatielaag gaat het uitsmeltende soldeersel heen en weer rollen zonder zich te hechten

Samenvatting werkwijze van ijzer emailleren

  • IJzer goed blankschuren met middelfijn schuurpapier of -linnen
  • IJzer verhitten tot het eerste begin van de verkleuring aan de randen opkomt
  • Heet in Sparex-oplossing leggen
  • Goed afspoelen in schoon water, niet meer met de handen aanraken
  • IJzer bedekken met een dunne laag ijzerfondant
  • IJzerfondant laten drogen tot er een wit waas over ligt
  • Fondantlaag laten uitsmelten tot begin van glans optreedt
  • Vrijwel alle voor omschreven emailleertechnieken kunnen vervolgens worden toegepast
  • Wordt een transparant email opgelegd, dan moet eerst nog een laag dek-email worden opgelegd, hetgeen ook zonder bijouterie-email een fraaie lichtgrijze kleur te zien geeft.
AANSCHAFFEN MATERIAAL

Aanschaf van materiaal Niet in alle plaatsen van het land zal het mogelijk zijn een goede kwaliteit van de voor het emailleren benodigde materialen aan te schaffen. Toch valt en staat het resultaat met de kwaliteiten van de te gebruiken produkten. Het beste is altijd om advies te vragen bij gespecialiseerde bedrijven. Sinds enige tijd wordt de Nederlandse markt overstroomd met buitenlandse produkten die niet allemaal aan de door ons gestelde eisen kunnen voldoen. Niet zelden levert de reparatie van sommige geïmporteerde ovens onoverkomelijke bezwaren op omdat het ondoenlijk blijkt deze daartoe naar de fabrikant terug te zenden. Toch moet men er rekening mee houden dat een oven van tijd tot tijd een kleine reparatie behoeft.

Een ander probleem is dat van het emailpoeder. Natuurlijk zijn er goede en minder goede kwaliteiten verkrijgbaar, hetgeen meestal aan het prijsverschil te zien is. Erger is echter dat email vocht aantrekt en daarmee in kwaliteit achteruit gaat. Het is daarom van het grootste belang email te betrekken bij een firma met een grote omzetsnelheid zodat men geen email aanschaft dat jarenlang in voorraad werd gehouden.

De stijging van de koperprijzen is de laatste jaren aanzienlijk geweest. Teneinde de prijzen van de stansvormen niet in gelijke mate te moeten verhogen is men er niet zelden toe overgegaan de dikte van het koper te verminderen. Zie er op toe dat grote stansvormen minimaal 1 mm dik zijn en kleine vormen niet dunner dan 0,8 mm. Deze waarschuwingen gelden niet slechts voor allen die gaan emailleren, maar niet in de laatste plaats voor de vele bonafide handelaren in handenarbeidartikelen van wie men niet kan verwachten dat deze op. lk gebied deskundigen zijn. Importeur van kleine kamerovens en een kleine ronde oven met roestvrij stalen kap, allen van goede kwaliteit, is Handelsonderneming Epam, Postbus 7153, Amsterdam. Deze firma levert ook stansvormen en fournituren. Levering van deze produkten gaat uitsluitend via een leverancier, al dan niet door de afnemer aan te wijzen. Fabrikant van emailleerovens met glazen kap is het Keramisch Instituut Haarlem, dat ook de grote combinatie-oven voor glasbuigen, emailleren en pottenbakken vervaardigt, evenals de roestvrij stalen veelhoekige opbouw-keramiek-ovens. Aldaar zijn ook Degussa-emailles (Millenetsamenstelling) in niet minder dan zestig kleuren verkrijgbaar, evenals ijzerfondant en afdek-email voor ijzer. Het Keramisch Instituut Haarlem vervaardigt tevens stansvormen van rood koper en levert fournituren, email-granulaat, goudvlok-email, zelf-craquelerend email, mozaïek-email, mozaïek-glas, matteeremail, email-draad, email-verf in tubes, email-transfers, niet minder dan 20 soorten ketting, Sparex, emailleerijzer en stansvormen daarvan, alle gereedschap voor metaalbewerking, enzovoort. Levering aan scholen, instellingen en aan particulieren. Door het Keramisch Instituut Haarlem worden emailleercursussen gegeven die bedoeld zijn voor hobbyisten. Deze cursussen worden in de dagbladen aangekondigd.

AUTEURSRECHT
“Emailleren”, Jos H. Eppens-van Veen

Het boek Emailleren van Jos H. Eppens-van Veen, (2e druk, 1970) wordt door de erfgenamen via deze website toegankelijk gemaakt op de uitdrukkelijke voorwaarde, dat het uitsluitend voor privé (niet-commerciële) doeleinden zal worden gebruikt. Het is nadrukkelijk niet toegestaan om teksten en/of afbeeldingen uit het boek voor een commercieel doel te gebruiken. Misbruik zal worden vervolgd.

Het auteursrecht is volledig voorbehouden aan de erfgenamen van mw. J.H. Eppens-van Veen.

Sommige teksten, zoals over ovens en andere materialen, zijn enigszins gedateerd geraakt. Geleidelijk zullen zulke pagina’s, in en na overleg met de erfgenamen, worden gemoderniseerd.